‘Ik vind niet snel dat Amsterdammers zeuren’

Burgemeester Van der Laan:

Om in het Wallengebied orde op zaken te stellen is op 1 december 2016 het Binnenstad Offensief van start gegaan. Dat is voor de overtreders – maar soms ook voor buurtbewoners, politici of handhavers – wel even schrikken geweest.
De cavalerie komt eraan! kopte d’Oude Binnenstad in de vorige editie. Over de motieven en de verwachtingen publiceren wij nu een vraaggesprek met burgemeester Eberhard van der Laan.

Ineens zijn er in de binnenstad 70 politieagenten en 70 handhavers komen helpen. Wat deed u besluiten tot zo’n rigoureuze inzet?
De afgelopen maanden bleek de overlast als gevolg van de drukte zo groot geworden, dat er meer nodig was dan ‘een paar weekenden een paar extra handhavers’. Samen met de politie is toen besloten tot een offensief om de straten en pleinen in de binnenstad weer terug te veroveren, zodat bewoners en ondernemers ook echt zouden merken dat er iets verandert.

Bewoners en ondernemers vroegen al jaren om meer politie. Het lijkt erop dat er nu naar ze wordt geluisterd.
Steeds meer handhavers is niet dé oplossing, maar we zagen ook dat het zo niet langer kon. Het aantal bezoekers is de afgelopen jaren enorm toegenomen, van twaalf miljoen in 2011 naar zeventien miljoen in 2016. De druk op de binnenstad is daardoor erg groot geworden.
Als burgemeester hoor ik het vaak als eerste van bewoners en ondernemers als er ergens iets misgaat in de stad. De signalen waren voor mij dan ook niet nieuw. Maar tegelijkertijd: niet alleen de bewoners van de binnenstad weten me te vinden, ook in alle andere stadsdelen vraagt men vaker om meer handhavers. Het is een hele klus om de schaarse capaciteit goed over de stad te verdelen.
Na de sluiting van bureau Beursstraat hebben bewoners en ondernemers gevraagd om een zichtbare aanwezigheid in het Wallengebied. Wij hebben als driehoek toen besloten om hieraan tegemoet te komen door bureau Nieuwmarkt te gebruiken als uitvalsbasis voor het Binnenstad Offensief.

Kan de binnenstad niet zonder een stevig contingent handhavers?
Handhaving kan nooit de enige oplossing zijn. Daarom proberen we met allerlei maatregelen ongewenst gedrag te voorkomen. Denk aan het bierfietsverbod, het 1012-beleid, de regimes voor sluitingstijden, de leefbaarheidsschouwen met de buurt, betere verlichting, de alcoholverboden en het cameratoezicht.
Daarnaast vragen we bezoekers en bewoners om rekening te houden met elkaar, en zich op straat te gedragen zoals ze ook willen dat iemand dat bij hen thuis doet. Wij willen dat mensen uit zichzelf dit gedrag gaan vertonen, zonder dat handhavers ze daaraan hoeven herinneren. Daar werken we aan met gedragsbeïnvloeding, maar dat vraagt een lange adem.

Er komen steeds meer toeristen naar Amsterdam.
We weten dat in India en in China 300 miljoen mensen op het punt staan om middenklasse te worden, en dat ze dan vaak ook gaan reizen. Een deel daarvan zal naar Europa, naar Nederland en naar Amsterdam komen. We weten dus dat er nog iets aan zit te komen.
De domste manier om ten onder te gaan is aan je eigen succes. En regeren is vooruitzien. Daarom is dit het moment om er iets aan te doen.

Tussentijdse meting
Bewoners maken zich nu al zorgen over het moment dat de handhaving weer zal afnemen.
Het Binnenstad Offensief heeft een looptijd van zes maanden, tot na 1 juni, en de driehoek zal bekijken hoe de handhaving daarna wordt vormgegeven. Dan gaat het over de inzet van de beschikbare capaciteit, over de specifieke plekken en problemen waarop we ons richten, en over de kwaliteit. Binnenkort komen de eerste resultaten van een tussentijdse meting en dan weten we meer.
Er is de afgelopen jaren op de handhaving fors bezuinigd, terwijl de vraag naar handhaving juist fors is gegroeid door de toenemende drukte. De grens is nu bereikt van wat er met de beperkte middelen mogelijk is. Maar ik wil juist doorpakken met de aanpak van overlast en criminaliteit, en daar zijn extra investeringen voor nodig. We kijken richting Den Haag als het gaat om de politie, maar ook naar wat Amsterdam zelf kan doen.

Is de toeristische sector niet zelf een deel van het probleem?
Er is niets mis mee dat ondernemers proberen geld te verdienen in de stad. Dat levert ook weer werkgelegenheid op, en kan de stad aantrekkelijker maken.
Maar het moet niet ten koste gaan van de stad. Uiteindelijk zullen die ondernemers ook in moeten zien dat deze stad juist zo aantrekkelijk is omdat hier op een klein oppervlak zowel wordt gewoond, gewerkt als gerecreëerd.

En bent u nu de burgemeester van een pretpark geworden?
De ene kant heeft het over ‘verpretparkisering’ en de andere kant waarschuwt voor ‘vertrutting’. Ik geloof niet zo in die leuzen. Volgens mij moeten we problemen oplossen, en ze niet op de spits drijven.
Ik ben een chauvinistische burgemeester, maar ook een optimistische. Deze stad heeft vaker periodes van snelle, explosieve groei meegemaakt. Dat leverde op zulke momenten natuurlijk problemen op, maar uiteindelijk kwam de stad er beter uit. De groei van de stad is het gevolg van de grote aantrekkingskracht. En het kan ons ook kansen opleveren.

Discussies koesteren
Heeft het stadsbestuur niet te lang gewacht met maatregelen?
Vier jaar geleden zaten we nog midden in de grootste economische crisis sinds de jaren dertig, maar inmiddels groeit de stad razendsnel. Elk jaar krijgen we er 11.000 nieuwe Amsterdammers bij, het aantal toeristen is in vijf jaar tijd met de helft toegenomen en ook de bedrijven weten Amsterdam weer te vinden.
Het verbaast me niet dat de stad het goed doet. Toen ik hier in 2010 burgemeester werd, zag ik al meteen dat de stad er goed voor stond. Maar het tempo heeft velen van ons wel verrast. We moeten nu snel het been bijtrekken. Ik twijfel er niet aan dat ons dat ook dit keer gaat lukken.

Straten met een monocultuur meer diversiteit geven, door via bestemmingsplannen te bepalen welke soort winkels zich daar mogen vestigen en hoeveel. Zo’n idee, dat is nogal wat voor een College met een liberale kleur. Doet dat uw rode hart goed?
Ik sta als burgemeester boven de partijen. Het gaat mij er niet om wie de oplossingen verzint, het gaat erom dat ze helpen het probleem aan te pakken. We moeten dit samen doen: alle wethouders, de burgemeester, de gemeenteraad, de ondernemers en de bewoners. En ik denk dat iedereen die hierover meepraat, bereid is om te kijken naar echte oplossingen voor de problemen waar we voor staan.

‘Dan had je hier maar niet moeten gaan wonen’, is vaak de reactie. Wordt hier te veel gezeurd? Waar ligt voor u de scheiding tussen gehoord willen worden en gezeur?
Ik vind niet snel dat Amsterdammers zeuren. Ik ben als burgemeester heus wel beroepsklagers tegengekomen, maar doorgaans hebben de mensen die de moeite nemen om tegen het stadsbestuur te zeggen dat er iets niet goed gaat, juist het beste met de stad voor. Dat moeten we koesteren.

U bent burgemeester van de Wallen. Bewoners en ondernemers voeren vaak stevige discussies met u. Daar staat u altijd voor open en daar wordt u om geprezen. Als u iéts kwijt wilt aan de mensen die op de Wallen wonen en werken, wat zou dat dan zijn?
Van deze mogelijkheid maak ik graag gebruik. Als bewoner of ondernemer van de Wallen leef je op een van de mooiste plekken van de wereld. Daar hoort bij, dat je deze plek moet delen met veel bezoekers.
Discussies zijn goed en belangrijk. Ik reken erop dat u niet bij het minste of geringste komt klagen. Dan kunt u ervan uitgaan dat als het écht nodig is, ik alles in het werk zal stellen om echte problemen aan te pakken.

Geen reactie

Laat een bericht achter

E-mailadressen worden niet gepubliceerd.

VOLG ONS OP