‘Kijk, zo kan het ook’

Architect André van Stigt. ‘Oplossingen moet je proberen vooraf te vinden, niet achteraf.’

Het ‘Chinese’ hotel aan de Geldersekade mag er komen. Op 13 september heeft de Raad van State bepaald dat de bezwaren tegen de bouw zijn afgewezen. En onlangs heeft de Universiteit van Amsterdam definitief besloten tot de bouw van de nieuwe universiteitsbibliotheek op het Binnengasthuisterrein. Dit zijn allebei projecten van de lange adem die de gemoederen in het Burgwallengebied lang hebben beziggehouden.

Bouwprojecten in de Amsterdamse binnenstad en ook daarbuiten kennen soms een lange aanloopgeschiedenis. Vergt de inspraak al veel tijd, de langlopende juridische procedures kunnen jaren tot zelfs tientallen jaren duren. De prangende vraag is daarom: hoe valt dit juridische touwtrekken te voorkomen?

Bij grote projecten in een drukbevolkt, stedelijk gebied zijn er altijd botsende belangen. Bewoners zijn snel bang voor overlast, waarop een soms langdurig juridisch gesteggel volgt. Hoewel de uitkomst van zulke procedures uiteraard nooit vaststaat, gaan de voorgenomen projecten (al dan niet in een aangepaste vorm) uiteindelijk toch vaak een nieuwe fase in.
Als aanpassingen de bezwaren niet hebben weggenomen, zal men opnieuw de juridische molen willen doorlopen. En als een project niet doorgaat, zal er uiteindelijk een nieuw plan komen dat ook weer tot bezwaren kan leiden. Dan begint de hele cyclus weer van voren af aan.

‘Chinees’ hotel
De argumenten op grond waarvan men bezwaar maakt kunnen heel fundamenteel zijn, maar soms wordt de discussie bepaald door argumenten die nog maar weinig met het oorspronkelijke bezwaar te maken hebben. Een treffend voorbeeld is de procedure rond het ‘Chinese’ hotel aan de Geldersekade.
Omwonenden maakten bezwaar tegen de komst van dit hotel, omdat het de balans tussen wonen en toeristen op die plek zou verstoren. Er bestond de vrees dat het tot meer toeristenoverlast zou leiden. Tot zover is de kern van het aangevoerde argument tegen de vestiging van het hotel duidelijk.
Maar wie de uiteindelijke uitspraak van de Raad van State leest, ziet dat de beraadslaging over de bezwaren binnen het gerechtelijke traject steeds verder is gejuridiseerd. Zo was er eerst sprake van een bezwaar tegen omgevingsvergunning voor een ‘Chinees’ hotel op de Geldersekade. Door de argumentatie van de verdediging verschoof het karakter van het hotel echter van ‘Chinees’ naar ‘Aziatisch’.
Dit soort juridische woordspelletjes houdt natuurlijk geen enkele rekening met het oorspronkelijke bezwaar van de omwonenden. Een Aziatisch hotel veroorzaakt vanzelfsprekend niet minder overlast dan een Chinees hotel. Deze verschuiving noopte bezwaarmakers om zich ook in het juridische doolhof te begeven, met voor de leek onduidelijke, strikt juridische argumenten die steeds verder leken te verwijderen van de kern van het bezwaar.

Draagvlak zoeken
Kan dit ook anders? Die vraag beantwoordt André van Stigt met een volmondig ‘ja’. Hij is als architect zowel betrokken bij het hotelproject op de Geldersekade als de universiteitsbibliotheek op het Binnengasthuisterrein en heeft veel ervaring met projecten in Amsterdamse buurten.
In het kantoor van architectenbureau J. van Stigt aan de Herengracht staan en hangen talloze foto’s en artist’s impressions. Sommige projecten zijn al gerealiseerd, andere gaan in de nabije toekomst worden uitgevoerd zoals de universiteitsbibliotheek van de UvA.
Van Stigt heeft veel ervaring met het zoeken naar draagvlak in een buurt: ‘Het gaat om balans, om overleg. Het gaat erom te zoeken naar oplossingen, en niet naar problemen. Oplossingen moet je proberen vooraf te vinden, niet achteraf. Al bij de herontwikkeling van de graansilo’s op de Silodam, eind jaren negentig, hebben wij gewerkt met een BOM, een Buurt Ontwikkelingsmaatschappij. Daarin waren diverse belanghebbenden vertegenwoordigd en konden zij vooraf afspraken maken.’

Bibliotheek
‘Het is heel belangrijk om goed te luisteren.’ Als voorbeeld haalt Van Stigt het universiteitsbibliotheekproject aan.
Oorspronkelijk was het bestuur van de UvA van plan om de gebouwen van de Tweede Chirurgische Kliniek en het voormalig Zusterhuis, beide rijksmonument, te slopen. Dat drastische besluit werd ingegeven door de angst dat monumentenorganisaties zoals de Vrienden van de Amsterdamse Binnenstad (VVAB) bij herontwikkeling van de gebouwen tegen allerlei veranderingen bezwaar zouden kunnen maken. Maar de monumenten slopen was voor de stadsbeschermers natuurlijk helemaal onacceptabel.
Door goed overleg kon worden besloten dat de UvA toch de bestaande gebouwen zou herontwikkelen. De VVAB was blij met het behoud, zou zich terughoudend opstellen en zou via overleg bezwaarprocedures voorkomen. Van Stigt: ‘Kijk, zo kan het ook.’
Door in dit geval vooral goed te luisteren naar de opdrachtgever, de UvA, werd duidelijk waar men bang voor was en hoe er kon worden gezocht naar oplossingen.
Van Stigt toont een artist’s impression van de universiteitsbibliotheek. ‘Een zorg van de omwonenden betrof de overlast door de drukte die bezoekers van de bibliotheek zouden veroorzaken. Waar zouden bezoekers hun fiets moeten parkeren? Daarom hebben we gekozen voor een ondergrondse fietsparkeergarage, die straks ruimte biedt aan 950 fietsen. Bezoekers die met de fiets komen, gaan bij het parkeren van hun fiets meteen het gebouw binnen. Dan hoeven ze zelf niet meer buitenlangs om de rest van het gebouw te betreden.’

Convenanten
Van Stigt is voorstander van wat hij noemt een beheer- en overlastconvenant. Belanghebbenden, waaronder buurtbewoners, eigenaren, eindgebruikers en de overheid ontwikkelen samen een langetermijnvisie. Ze sluiten vitale coalities en leggen dat vast in een convenant.
Van Stigt: ‘Dat hebben we bijvoorbeeld toegepast bij De Hallen in Amsterdam Oud-West en dat werkt goed. Omdat alle belanghebbenden zelf betrokken zijn en samen tot oplossingen en afspraken komen, verhoogt dat de acceptatie. Bovendien is het voor partijen duidelijk wie je kunt aanspreken als iets niet goed loopt. Dat is in de praktijk heel belangrijk.’
Als het hotel aan de Geldersekade ter sprake komt, wijst Van Stigt erop dat er ook buurtbewoners zijn die de plannen niet als gevaar voor de leefbaarheid beoordelen en dat het hotel mede een initiatief is van de NV Zeedijk. Het plan zou juist tot een positieve buurtontwikkeling moeten leiden.
Van Stigt: ‘De Elleboogsteeg, die nu is afgesloten, wordt weer geopend en wordt zo weer onderdeel van het stratenplan. En er komt goede verlichting.’ Het pand op de Geldersekade is nu nog een gesloten pakhuis. ‘De balie van het hotel komt op de begane grond, waardoor er weer contact met de straat ontstaat. Dit alles zal de veiligheid ten goede komen.’
Het uitgangspunt voor Van Stigt is een leefbare en beheersbare binnenstad te creëren. ‘Functies moeten elkaar versterken en er moet balans zijn. Juridische procedures zijn in ieder geval de oplossing niet. Je moet ze zien te voorkomen. Ze leiden tot vertraging en als het ene project niet doorgaat, komt er wel een ander project. Maar tegen die tijd zijn de verhoudingen natuurlijk wel verpest. Juist daarom kan een beheer- en overlastconvenant een uitkomst zijn.’

Toekomstige projecten kunnen voor Van Stigt van nog meer toegevoegde waarde zijn, als men in plaats van juridische conflicten uit te vechten nog verdere samenwerking zoekt: ‘Wellicht moeten partijen hier nog veel verder in gaan. Denk aan een energieconvenant. De universiteitsbibliotheek heeft straks een warmteoverschot. Kun je dat niet gebruiken voor woningen in de buurt?’

Geen reactie

Laat een bericht achter

E-mailadressen worden niet gepubliceerd.

VOLG ONS OP