Wereldburger op de Zeedijk

Klaas de Jonge.

Hij heeft onlangs zijn verjaardag gevierd in het Hofje van Wijs. Van 1988 tot 2014 woonde hij af en toe op de Zeedijk boven de Portugees, en op de hoek van de Oudezijds Kolk met de Zeedijk. Daarna verhuisde hij naar een andere plek in het centrum. Zijn naam: Klaas de Jonge.

Alleen bij de oudere generatie zal er wellicht nog een belletje gaan rinkelen bij het horen van deze naam. Ter opfrissing daarom het volgende. Klaas de Jonge haalde midden jaren tachtig van de vorige eeuw veelvuldig het nieuws. In die periode smokkelde hij wapens en munitie naar Zuid-Afrika voor het African National Congress (ANC), toen een verzetsbeweging tegen het blanke apartheidsregime. ‘Als blanke had ik meerwaarde omdat ik makkelijker zo’n land binnenkwam’, aldus De Jonge nu.
Op een gegeven moment werd hij toch gegrepen door de Zuid-Afrikaanse politie, maar hij slaagde er na een aantal dagen in te vluchten naar de Nederlandse ambassade in Pretoria. En hoewel de politie hem daar uithaalde, moesten ze hem ook weer laten gaan omdat het ambassadeterrein officieel nu eenmaal tot het Nederlandse grondgebied behoort.
Uiteindelijk zat De Jonge meer dan twee jaar vast op de ambassade in Pretoria voordat hij na een ingewikkelde gevangenenruil op het vliegtuig werd gezet naar Nederland, waar hij zich vrijwel onmiddellijk aansloot bij de Anti-Apartheidsbeweging Nederland.

Wapens
De man die volgens Wikipedia een ‘mensenrechtenactivist en terrorist’ is, heeft naast een liefde voor Zuid-Afrika ook een grote liefde voor deze buurt. Al op z’n zeventiende fietste hij naar de Zeedijk. ‘Ik woonde toen in Haarlem. Dat was behoorlijk saai. Daarom ging ik naar de Zeedijk, naar Casablanca. Daar kwamen in die tijd, ik spreek over de jaren vijftig, veel Amerikaanse militairen die in Duitsland waren gelegerd en ik hield van de jazz-muziek die daar toen werd gespeeld.’
Het duurde overigens nog tot zijn vijftigste voordat de antropoloog en socioloog zich min of meer definitief in Amsterdam vestigde. ‘Dat was direct nadat ik was teruggekomen uit Zuid-Afrika. Ik werd toen ook aangesproken door een man die zei: Ben jij niet die vent die wapens heeft gesmokkeld? Of het daarmee te maken heeft weet ik niet, maar ik ben nooit lastiggevallen in de buurt.’
In die jaren was de Zeedijk nog een behoorlijke bende, waar de drugshandel en allerhande andere rottigheid hoogtij vierde, waarbij de post niet meer werd bezorgd, de vuilnis niet werd opgehaald en zelfs de politie de buurt angstvallig meed. De Jonge: ‘In die tijd zaten we inderdaad nog volop in de drugs. De straat lag bezaaid met spuiten. Mijn kleinkinderen kwamen langs en ik moest ze wel waarschuwen om overal vanaf te blijven. Alleen de Chinese kant, verderop richting Nieuwmarkt was toen al aardig op orde.’

El Comandante
In september 1989 verhuisde hij opnieuw. Naar Brazilië dit keer. Hij kon zijn huis legaal onderverhuren en keerde na vijf jaar terug. ‘Het was een mooie woning en ik was ondertussen wel van de Zeedijk gaan houden. Ik heb weinig bijgedragen aan de buurt, omdat ik veel weg was. Alleen mijn dikke grote rooie kater heeft hier volop van het leven genoten. Toen ik terugkwam vond ik hem zittend op een barkruk.’
Zijn tweede huis in de jaren die volgden was de kroeg van Piet van Rees, café De Meester. ‘Van Rees was een leuke vent. In De Meester werd veel gezongen. In 1994 kwam ik er vaak met een Braziliaanse vriendin en die vond het fantastisch dat ze hier El Comandante zongen, een lied over Che Guevara.’
Zijn internationale vrienden genoten van de buurt en voor hen liet Klaas de Jonge De Fanfare van de Eerste Liefdesnacht optreden. ‘Iedereen vond het leuk. Waar kun je beter zitten dan in Amsterdam? En waar in Amsterdam beter dan op de Zeedijk?’
In de jaren negentig werd hij actief in Rwanda, waar hij probeerde enige lijn te brengen in de berechting van de moordenaars die actief waren geweest tijdens de genocide in dat land in 1994. Hij keerde terug naar de Zeedijk met een Rwandese vriendin. ‘Met haar liep ik door de hoerenbuurt en mijn vriendin dacht dat het allemaal mannequins waren die achter de ramen stonden omdat ze niet bewogen. Ze dacht dat het paspoppen waren. Totdat ze er wél een zag bewegen. Toen moesten we het hele traject langs de ramen opnieuw afleggen.’

Klootzak
De Jonge raakte ondanks zijn veelvuldige afwezigheid toch verknocht aan de Tante Trui’s en Tante Aal’s op de Zeedijk. ‘Nu nog is er een dame die mijn nagels knipt, Loes. Een actieve vrouw die overal tegen demonstreerde.’
Ook had hij een tijdlang een vriendin die bij de Casa Rosso achter de kassa werkte, vertelt hij. ‘Ik haalde haar daar vaak op omdat zij het toch een beetje eng vond om ’s nachts alleen naar huis te lopen. Dan werd ik vaak aangesproken alsof ik Jan Otten was. We leken nogal op elkaar. Helaas is dat niet meer zo, omdat ik m’n krullen ben kwijtgeraakt.’
De Zeedijk anno 2017 vindt hij wat minder. ‘Die grote toeristenstroom vind ik maar niks. De buurt is veranderd, Amsterdam is veranderd. Als je op de fiets niet snel genoeg bent, word je uitgescholden. Pas riep een meid op de fiets tegen me: ga eens opzij, ouwe klootzak. Dat is niet leuk.’
Maar gehecht aan de buurt is hij nog steeds, ondanks het feit dat hij tegenwoordig elders in het centrum woont. ‘Ik heb nog geprobeerd om in de Flesseman te komen, maar ze nemen alleen mensen op medische indicatie en die heb ik niet. Jammer.’

Nu hij tachtig is geworden heeft hij z’n laatste feestje gevierd, vermoedt hij, in deze buurt – die hij kenschetst als ‘een buurt vol echte Amsterdammers’, maar tegelijkertijd als ‘een buurt met veel nationaliteiten. Dat ging en gaat nog altijd goed samen hier.’

1 react

Laat een bericht achter

E-mailadressen worden niet gepubliceerd.

VOLG ONS OP