Een jaar lang de bezem erdoor

Boudewijn Oranje draagt als dagelijks bestuurder in stadsdeel Centrum verantwoordelijkheid voor het beheer van de openbare ruimte en dus ook voor het schoonhouden ervan. Hij trok met het stadsdeel ten strijde tegen het afval met een ‘Aanvalsplan Schoon’ en een ‘Zomeroffensief’. Een terugblik op het afgelopen jaar laat zien dat die strijd nog niet gestreden is, maar dat er wel degelijk goede resultaten te melden zijn.

Laten we bij het begin beginnen.
Oranje: ‘Goed.’

 Tussen 2013 en 2016 werd de stad voller en vuiler. Dat gaf ook de centrale stad toe. De reiniging kreeg steeds vaker een onvoldoende. Waarom?
Oranje: ‘Het aantal bewoners, toeristen en evenementen groeide. Maar tegelijkertijd moesten we, ook in ons stadsdeel, op de reiniging bezuinigen.’

Bezuinigen? Als je weet dat het steeds drukker wordt, dan laat je het budget voor schoonmaak en opruimen toch juist groeien?
Oranje: ‘Nou, niet dus. De gemeente had ook voor het afgelopen jaar weer 45 miljoen euro begroot voor de straatreiniging.
Gelukkig kwam er vlak voor de vorige jaarwisseling een aanvullend ‘Aanvalsplan Schoon’. Dat betekent dat we 11,2 miljoen euro per jaar extra kunnen besteden aan urgente maatregelen.’

Noem er eens drie.
Oranje: ‘Voor ons stadsdeel zijn de drie belangrijkste maatregelen: meer afvalbakken plaatsen, meer hotspots aanpakken en plusteams inzetten.’

Meer afvalbakken? Dat klinkt logisch.
Oranje: ‘Ja, want dat ging niet goed. Zo komen we de zomer niet door, zeiden we tegen elkaar. De vuilnisbakken puilden uit. We hadden niet alleen extra bakken nodig, maar ook grotere.
Komend kwartaal zullen we er in stadsdeel Centrum een fors aantal plaatsen. Afgelopen februari zijn er in het stadshart al tien grote zelfpersende bakken geplaatst. Zo’n persbak werkt op zonne-energie. Er kan wel 840 liter afval in, wat hij tot zeven keer indikt. En als hij bijna vol is, geeft zijn sensor dit aan en stuurt hij tijdig een mailtje naar de reinigingsdienst.
In de Damstraat en op de Achterburgwal stonden van die kleine Puccini-prullenbakken. Ze waren niet alleen te klein, maar ze hadden ook een schutkleur. Nou, die hebben we vervangen door grotere, beter zichtbare afvalbakken. En de kleintjes hebben we verplaatst naar een rustiger wijk.’

Mooi. En die hotspots?
‘Ja, dat zijn probleemplekken waar de mensen op de gekste tijden grofvuil, bouwafval en huisvuil dumpen. En dan gooien de toeristen er dus ook maar wat bij. Je vindt ze bij het Oudekerksplein, de containers op Nieuwmarkt en op de Bantammerbrug, en in de stegen rond de Wallen.’

Die hotspots zijn al jaren een probleem. Wat kun je eraan doen?
Oranje: ‘Het Oudekerksplein en het Waaggebied hebben wij flink opgeknapt. Zo’n herprofilering helpt enorm. Bij de hoeken van de Oudezijds Armsteeg en van de Pieter Jacobszstraat zijn we nog bezig. En de Varkenssluisbrug bij de Damstraat kan bijna van de lijst af. De containers op de Nieuwmarkt zijn vaak nog te vol. Maar eromheen houden we het daar nu continu schoon.

Maar over de containers op de Bantammerbrug wordt ook al jarenlang geklaagd.
‘Klopt. Daar lagen inderdaad vaak meubels, zwerfvuil en vuilniszakken – ook omdat daar nauwelijks sociale controle is. We hebben er werkelijk álles tegen proberen te doen, maar uiteindelijk moet je de knoop doorhakken. We hebben de containers weggehaald.’

De containers zijn weg, maar de dump is gebleven. En waar moeten de mensen nu heen?
Oranje: ‘Naar andere bakken in de buurt, bijvoorbeeld op de Binnenkant of de Nieuwmarkt.’

Wat zijn trouwens Plusteams?
‘Plus betekent meer. Méér mensen, dus meer bezems en oranje pakken. Die maken extra rondes waar dat het hardst nodig is. Ze werken continu, flexibel en informatiegestuurd. Dus niet omdat die straat nu eenmaal op hun lijstje staat, maar omdat het ergens vies is en veel mensen daar last van hebben.’

Moeten er niet meer containers komen? Ondergronds bijvoorbeeld?
Oranje: ‘Dat is een goede gedachte. Steeds meer stadsdelen laten de mensen hun restafval zelf naar ondergrondse containers brengen. Maar in stadsdeel Centrum is er ondergronds én bovengronds nauwelijks plaats, zeker in het Wallengebied. We beginnen nu wel met het plaatsen van containers in postcodegebied 1012.
Amsterdam wil eigenlijk van dat gegooi met vuilniszakken in vrachtwagens af. Het is heel zwaar werk. Maar hier moeten we het dus nog blijven inzamelen.’

Amsterdam wil het op piekmomenten sneller schoon hebben. Lukt dat?
Oranje: ‘Steeds beter. Denk aan de Nieuwjaarsviering, Koningsdag, de Gay Pride, Hartjesdagen, voetbalwedstrijden. Bij heel grote evenementen is het streven zelfs: binnen één dag helemaal schoon. We werken dan met herkenbare teams en verplaatsbare afvalbakken. De andere stadsdelen komen ons steeds vaker helpen. Soms veeg ik zelf mee.’

Eigenlijk is de hele zomer een piek.
Oranje: ‘Dat klopt. Je hebt geen idee hoe vooral in de zomermaanden het eten en drinken op straat toeneemt en hoeveel extra zwerfvuil dat oplevert. Daarom hebben we een zomeroffensief gehouden. De prullenbakken werden vaker geleegd: geen zeven, maar tien keer per dag. Het vuil ernaast en erop werd steeds weggehaald.
We hadden ook meer reinigingsploegen op straat, zodat we kleinere gebieden vaker konden reinigen. Meer handhaving op verkeerd aangeboden afval, ook ’s nachts. En het grofvuil werd ook ’s avonds en op zaterdag opgehaald.
We hebben veel praktijkervaring opgedaan en steeds onze werkwijze aangepast. Daar kunnen bij het Zomeroffensief 2018 ons voordeel mee doen.’

Hoe gaat het met de communicatie?
Oranje: ‘We brengen werkbezoeken aan ondernemers. Samen met de nv Zeedijk hebben we bezems uitgedeeld en folders in verschillende talen.
Bewoners informeren we via online-campagnes. Rond de feestdagen bezorgen we in het hele stadsdeel een brief met de aanbiedtijden van het huishoudelijk afval en een handige magneet waar de tijden op staan.
Maar we zullen ook meer moeten handhaven. Wethouder Choho heeft ons geholpen met extra handhavers.’

Gaat Oranje zelf meehelpen om op 1 januari de vuurwerkresten en champagneflessen op te ruimen?
‘Niet na de jaarwisseling. Ik help wel altijd mee na Koningsdag en bij de Gay Pride. En dat wil ik blijven doen, ook als ik straks na acht jaar geen stadsdeelwethouder meer ben.’

 

Geen reactie

Laat een bericht achter

E-mailadressen worden niet gepubliceerd.

VOLG ONS OP