‘Er is hier te weinig politie’

Interview Jozias van Aartsen

Over zijn ervaringen in de stad, het falende alcoholbeleid, zijn bewondering voor de politie, de handhavers en de hosts, maar ook over zijn afschuw van de brallende vrijgezellenparty’s vertelt Jozias van Aartsen, waarnemend burgemeester van Amsterdam, uitgebreid in deze editie van d’Oude Binnenstad.

Op 4 december 2017 is hij benoemd door Johan Remkes, de commissaris van de Koning, en zijn afscheid staat gepland voor half juli.

Wie hem gaat opvolgen weet Van Aartsen op de dag van het interview nog niet. Wel spreekt hij steevast van zijn ‘opvolgster of opvolger, hoe je het ook wilt zien’. Hij kan zich de nieuwsgierigheid van de Amsterdammers naar hun nieuwe burgemeester heel goed voorstellen.
‘Nee, nee, nee! Het is echt waar! Ik weet het niet!’ roept hij bezwerend in zijn spiksplinternieuwe werkkamer, die zojuist is opgeleverd na een grondige verbouwing. ‘En ik hoor dat ook niet te weten, want dan zou er een lek zijn in de vertrouwenscommissie en dat zou heel ernstig zijn.’
Wie het ook wordt, de nu nog waarnemend burgemeester zal straks zijn bevindingen en de overtuigingen die hij in de binnenstad heeft opgedaan zeker delen met zijn ‘opvolgster of opvolger, hoe je het ook wilt zien’.

Familiegevoel
Van Aartsen is iets langer dan negen jaar burgemeester van Den Haag geweest en was eerder onder meer minister van Landbouw en minister van Buitenlandse Zaken.
De ontvangst in de Stopera noemt hij ‘warm’. Amsterdam kent een totaal andere manier van besturen dan Den Haag, zegt hij. ‘Den Haag heeft een andere verhouding van het bestuur tot de ambtenarij dan hier in de Stopera. Ik kwam hier in, nou ja, zo’n ‘familie’ zo te zeggen. Ik vind het heel bijzonder hoe ik ben opgevangen hier. Zeker als er zo iemand helemaal van buiten komt, waarvan velen ook dachten Wat moet die man hier?
Hij noemt de mentaliteit in Den Haag iets rauwer dan in Amsterdam. ‘Het mooie van Amsterdam is, volgens mij, dat er echt iets is als Amsterdamgevoel, stadstrots, en dat is weer wat minder ontwikkeld in Den Haag.’
Van Aartsen bestuurt graag vanuit de praktijk. ‘Dat is ook de reden waarom mijn vrouw en ik in de Leidsepleinbuurt zijn gaan wonen. Dan moet je dat volgens mij ook ervaren. Want waar je bestuurt, moet je ook atmosfeer voelen, moet je aanwezig zijn. Dat wou ik wel weer eens ondergaan. Van hoe druk is het dan eigenlijk? Nou, dat hoef ik de bewoners van het Wallengebied niet uit te leggen.’

Politiecapaciteit
In de afgelopen periode bracht hij maar liefst drie werkbezoeken aan het Wallengebied. Het ging natuurlijk om hét thema dat ook de gemeenteraadsverkiezingen beheerste: de drukte in de stad. Zijn belangstelling daarvoor ligt voor de hand, want de politie- en veiligheidsportefeuille ligt bij de burgemeester.
‘Ik heb tijdens mijn laatste werkbezoek heel lang tijd genomen om met de politieagenten van team Burgwallen te praten over hoe zij hun werk ervaren. Wat mensen vanuit de praktijk vertellen, kan ik vervolgens weer goed gebruiken in de gesprekken die ik bijvoorbeeld voer met minister Grapperhaus van Veiligheid en Justitie. Ik heb met hem al een paar gesprekken gehad over het hele vraagstuk van de capaciteit van de Amsterdamse politie.’
Er is in Amsterdam een structureel tekort, meent hij. Het is een knelpunt waarvoor de aandacht vanuit Den Haag vooralsnog ontbreekt. ‘Burgemeester Van der Laan heeft vorig jaar nog midzomer om 500 man extra gevraagd. Dat is er niet gekomen. Het is ook niet gekomen uit de onderhandelingen rond het nieuwe kabinet’, zegt hij teleurgesteld.
‘Maar het gaat niet alleen om Amsterdam. Er zijn ook andere knelpunten in Nederland, bijvoorbeeld in Noord-Brabant met de hele drugsproblematiek. En Limburg heeft ook een probleem. Als je naar de Nederlandse politie kijkt, heb je meer capaciteit nodig. Dat kost geld.’
Toen Van Aartsen nog burgemeester van Den Haag was, en voorzitter van de regioburgemeesters, heeft hij een inschatting gemaakt van de achterstand. ‘We hebben berekend dat je dan landelijk ongeveer een miljard extra nodig zou hebben op de begroting van Justitie en Veiligheid. Wat er gekomen is, is 267 miljoen en die zullen weer verdeeld worden naar de verdeelmaatstaven die er ooit zijn afgesproken bij de komst van de Nationale politie in 2013. Nou, daar krijgt Amsterdam zo’n 50 à 60 man extra door. Natuurlijk ben ik daar heel blij mee, maar ik weet ook dat dat te weinig is.’

Bewondering
Van Aartsen prijst de inzet die ondertussen door de politie wordt geleverd. ‘Ik heb een grenzeloze bewondering voor wat de politie doet in het Wallengebied. En die wijkagenten daar. Die mensen zijn echt goud waard. Ze zijn fantastisch.’
Hij kan zich de frustratie van de bewoners en van de politie zelf over het gebrek aan capaciteit heel goed voorstellen. ‘Dat weet ik. Maar ik heb het geld niet, hè? Het geld moet van het Binnenhof komen. En ik vind het nog steeds heel verbazingwekkend dat, terwijl een aantal gemeenten en burgemeesters al geruime tijd zeggen We hebben hier een knelpunt, dat het helaas aan het Binnenhof nog steeds niet is doorgedrongen.’
Hij laat geen gelegenheid voorbijgaan om de nood wereldkundig te maken. ‘Ik heb ook leden van de CDA-fractie inclusief de fractievoorzitter naar Amsterdam uitgenodigd. En samen met de hoofdcommissaris en de nieuwe hoofdofficier van Justitie vertel ik ze dan wat het probleem is. Dan kan ik dus overbrengen wat die agenten aan mij vertellen.’
Het zal ook voor zijn ‘opvolgster of opvolger, hoe je het ook wilt zien’ een grote opgave worden om een goede handhaving in de stad te kunnen garanderen.

‘Op sommige punten moet je repressiever kunnen zijn’
Van Aartsen weet waarover hij spreekt als het over de binnenstad en over het Wallengebied gaat. Tijdens drie werkbezoeken heeft hij zich uitgebreid laten informeren over wat er allemaal speelt in deze buurt, die steeds drukker wordt en waar het bezoekersgedrag vaak te wensen overlaat.
Het is een buurt die om maatregelen, maar ook om maatwerk vraagt. Van Aartsen is blij dat het nieuwe college er in de komende jaren alles aan zal doen om de grootste gekte te beteugelen.

Alcoholverkoop
Van Aartsen is zich ervan bewust dat er momenteel geen goede handhaving plaatsvindt van het alcoholverbod op de Wallen. Dat heeft volgens hem ook te maken met de vele verkooppunten in het gebied waar alcohol verkrijgbaar is.
Hoofdcommissaris Aalbersberg heeft in een reactie aan d’Oude Binnenstad laten weten dat de Drank- en Horecawet mogelijkheden biedt om overmatig drankgebruik zoals doorschenken en de verkoop van alcohol in een bepaald gebied op te schorten.
Van Aartsen: ‘Dat ben ik helemaal met hem eens. Dat speelt bijvoorbeeld ook als je kijkt naar die hele hoeveelheid toeristenwinkeltjes, of hoe je ze ook noemt, die er in dit gebied zijn. Nou ja, wat zie je dan? Misschien zie je een ansichtkaartenstandaard buiten staan, maar zodra je de winkel binnenkomt staat het bier opgestapeld.
Ik denk dat we daar een aanscherping van de Algemene Plaatselijke Verordening voor nodig hebben. Die discussie loopt nu. Op sommige punten moet je repressiever kunnen zijn. Er moet toch een aantal dingen in die APV worden gewijzigd. Ik ben daar een groot voorstander van. Want zoals het nu gaat met de alcoholverkoop, is dat natuurlijk een totale aberratie. Het is gewoon de kat op het spek binden, nietwaar?’

Supermarkten
De hoofdcommissaris vindt dat ook supermarkten hierin hun verantwoordelijkheid moeten nemen.
‘Ja. Dat heb ik ook in de raad gezegd. Ik ben ook dat helemaal met hem eens. Ook het grootwinkelbedrijf mag je erop aanspreken. Een aantal van die bedrijven staat daar ook voor open en die snappen dat ook wel. Het is geen reclame voor Amsterdam.
Ook Albert Heijn heeft zich aangemeld om er echt over te praten. Die staan daar absoluut open voor en dat moet je dan ook met beide handen aangrijpen en dat hebben Aalbersberg en ik dan ook gedaan.’
Van Aartsen is wat toekomstige maatregelen betreft heel blij met het nieuwe coalitieakkoord.
‘Ik ben ervan overtuigd dat dit college, ook in de lijn die het vorige college al had ingezet, misschien toch nog extra maatregelen moet nemen. Ik denk dat dat moet. Want kijk, als je even heel eerlijk bent, is die drukte in de stad op plekken zoals het Wallengebied natuurlijk gewoon verschrikkelijk.’
Er is een alcoholverbod op de Wallen, maar de handhaving daarvan is een probleem.
Van Aartsen: ‘Ja, daar moeten we ook reëel in zijn. Met de capaciteit die je nu hebt, kun je dat gewoon niet voor elkaar krijgen. Maar er komt extra geld voor handhaving. Dat zit ook in het coalitieakkoord. Een oplopend bedrag over de komende jaren. Daar is in de afgelopen periode te weinig prioriteit voor geweest.’

Handhavers
Naast meer capaciteit vraagt Van Aartsen ook meer aandacht voor de kwaliteit van de handhaving. Over de rol van politie en handhaving heeft hij een duidelijke mening.
‘Ik denk dat je naar een vorm van professionalisering toe moet. Het werk van een gemeentelijke handhaver is ongelofelijk lastig. Daarom is het ook belangrijk dat politie en handhaving nauw contact met elkaar hebben. Dat moet eigenlijk in heel Amsterdam.
Maar als handhaver moet je niet het politiewerk gaan overnemen. Dat is mijn stellige overtuiging. Er wordt af en toe wel eens gevraagd om pepperspray en handboeien en ik weet niet wat allemaal. Die kant moeten we niet uit.’
Van Aartsen heeft ook gesproken met de hosts, die bezoekers op de Wallen informeren en aanspreken op hun gedrag. ‘Die hosts zeggen tegen me: Het helpt enorm toch dat we er zijn. Je probeert de mensen af en toe wat te leiden. Dat kan ook op die manier.’

Vrijgezellenparty’s
Het gedrag dat veel bezoekers zich in de binnenstad permitteren is aanleiding om eens goed na te denken in hoeverre een tolerante stad nog tolerant kan blijven. De vele vrijgezellenparty’s die naar Amsterdam komen om hun feestje te vieren zijn Van Aartsen een doorn in het oog. Hij praat erover in persoonlijke zin.
‘Dit soort dingen moet een burgemeester vanzelfsprekend samen met het hele stadsbestuur doen, maar – dat heb ik ook tegen de Britse ambassadeur gezegd – die stag parties, dat is hopeloos. Er wordt dus nu over nagedacht of er een mogelijkheid zou zijn om ze te weren. Maar ik vind het persoonlijk verschrikkelijk.’
Tijdens internationale contacten deelt Van Aartsen zijn ervaringen van de stad, zoals naar aanleiding van de voetbalrellen met Engelse supporters op de Wallen. ‘Daar heb ik het van de week ook met de Britse ambassadeur nog over gehad, die zich zeer bewust was van het feit dat die Britten zich niet netjes hadden gedragen.’

Toeristensloepen
In het coalitieakkoord zijn er verschillende maatregelen aangekondigd die hem heel noodzakelijk lijken, zoals die tegen de wildgroei van de toeristensloepen in het Wallengebied. Wat dat betreft hebben de bewoners nu de stad in de rug, vindt hij.
‘Als je nou kijkt naar wat er allemaal op het water gebeurt, dat aanleggen van sloepen en boten die daar gewoon … ja, een soort aanlegplek is dat geworden. En als de een is geweest dan komt er weer een ander. Nou ja – al dit soort dingen zit ook in het coalitieakkoord. En ik ben ervan overtuigd dat in deze collegeperiode daar echt wat aan gaat gebeuren. Ik geloof dat er echt een club is aangetreden die dit niet verder laat lopen. Ik ben daar heel positief over. En ik ben ervan overtuigd dat de nieuwe wethouder van Verkeer, Sharon Dijksma, daar ook samen met de nieuwe burgemeester echt stappen in gaat zetten. Je moet natuurlijk goed nadenken over de eerste stap, de volgende stap, je moet het ook faseren, maar met de stad in de rug van de bewoners kun je volgens mij een heel eind komen.’

Mentaliteit
Maatregelen en regulering zijn noodzakelijk, maar Van Aartsen verbaast zich ook over de sociale houding in de stad. Niet alleen van de bezoekende toeristen, maar ook van de Amsterdammers zelf.
‘De inwoners van New York en Amsterdam lijken wat dat betreft op elkaar. Iedereen zit in zijn eigen bubbel op z’n fiets. Ze rijden je als ze de kans krijgen omver. Dan denk ik Nou ja goed, je kunt toch ook een beetje sociaal zijn misschien? Maar dat is niet meer de gewoonte. Men heeft de oordopjes in en luistert naar muziek en is zo bezig! ‘
Tijdens een stedenconferentie in Chicago ervoer hij dat een stadsmentaliteit veel vriendelijker kan zijn. ‘In Chicago was dat heel anders, socialer. Het kan dus wel zo. Ook in de Verenigde Staten. Soms denk je wel eens – want dat Amsterdamgevoel is er – je kunt ook wel eens wat aardiger tegen elkaar zijn.’
Binnenkort zal hij in de werkkamer van de Stopera plaatsmaken voor de nieuwe burgemeester van Amsterdam. Hij zal ‘haar of hem, hoe je het ook wilt zien’ zeker aanraden om als bestuurder dicht bij de praktijk te blijven.
‘Ga, praat. Dat heb ik in Den Haag ook altijd gedaan en ik ben blij dat ik daar op momenten in Amsterdam ook tijd voor heb gehad. Dat werkt heel inspirerend. Je hoort vaak dingen waarvan je denkt van Ah! Dat neem ik mee. Het zijn dingen voor achter je bureau en als je weer eens in een vergadercircus zit. Dan denk je Ja, maar dát is nou echt belangrijk. Daar kan je wat mee doen. Maar ik denk dat iedere burgemeester die het vak leuk vindt, zo werkt.’

Tot slot leggen we Van Aartsen de vraag voor die AT5 in het verleden aan menig Amsterdammer stelde: ‘Als ik burgemeester van Amsterdam was, dan zou ik …
Lang denkt Van Aartsen er niet over na. ‘Dat heb ik eigenlijk al gezegd, en dat heb ik dus ook al gedaan. Dan zou ik terstond op de stoep staan bij de minister van Veiligheid en Justitie, want de Amsterdamse politie heeft meer agenten nodig.’
Om er direct aan toe te voegen: ‘Maar ook die aandacht en dat gevoel voor je naaste in de samenleving, dat is belangrijk. Zoek dat.’

Geen reactie

Laat een bericht achter

E-mailadressen worden niet gepubliceerd.

VOLG ONS OP