Als het kwaakt als een toeristenwinkel … dan is het een toeristenwinkel!

WANDA NIKKELS

Eén jaar geleden trad het voorbereidingsbesluit op het nieuwe bestemmingsplan voor het postcodegebied 1012 in werking. Nieuwe winkels mochten zich voortaan niet meer op toeristen richten.
Inmiddels heeft de gemeenteraad het bestemmingsplan definitief vastgesteld. Is het effect na één jaar al merkbaar?

Badeendjes. De betrokkenen doen er een beetje lacherig over, maar het is een serieuze zaak. In een winkel in de Oude Doelenstraat, waar tot voor kort een reisbureau zat, worden ze per drie voor 21 euro verkocht.
De verkoper, een Hindoestaanse man, vindt het maar een rare vraag. Of hij badeendjes aan bewoners verkoopt? Nee, natuurlijk niet. Dit is een winkel voor toeristen. Niet meer, niet minder.

Zielloos bijproduct
Iedereen zit met die badeendjes in zijn maag.
De bewoners en de ondernemersvereniging, omdat er ondanks het verbod op dergelijke ondernemingen wéér een toeristenwinkel is bijgekomen in de strook Damstraat-Oude Doelenstraat en Hoogstraten. En het stadsdeel, dat wel wil handhaven maar nog niet helemaal weet hóe dat te doen.
De winkel in de Oude Doelenstraat is namelijk niet de enige met badeendjes. Ook in de Staalstraat liggen de badeendjes met tientallen tegelijk in een etalage. Maar waar de winkel in de Staalstraat een lokale bewoner of bezoeker nog uitnodigt voor een gek verjaardags- of Sinterklaascadeau, zal hij of zij er in de Oude Hoogstraat nog niet dood gevonden willen worden.
Hier liggen de badeendjes zielloos uitgestald, als bijproduct van e-smoke en andere tabakswaren. Het hadden ook klompjes kunnen zijn. Of koelkastmagneten. Of Amsterdammutsen.

Zwakke plek
‘Copycatgedrag’, noemt Yet ten Hoorn de verkoop van badeendjes. ‘Zo’n ondernemer ziet dat in de Staalstraat en gaat het ook proberen.’ Ten Hoorn is behalve Wallenbewoner ook projectleider van De Goede Zaak Amsterdam, een stichting die zich inzet voor een gevarieerd en kwalitatief hoogstaand winkelaanbod in de Amsterdamse binnenstad. ‘Bij klompjes is het gelijk duidelijk dat het niet mag, bij badeendjes al een stuk minder. Ondernemers zullen altijd de zwakke plek opzoeken van zo’n verbod.’ Ten Hoorn is niettemin erg blij met het nieuwe bestemmingsplan, waarmee de gemeente diep ingrijpt in wat wel mag worden verkocht en wat niet.
‘De kraan is dichtgedraaid’, zo noemt ze het. Niet langer mogen ‘normale’ winkels worden overgenomen om zich daarna louter op toeristisch publiek te richten, zoals dat in de afgelopen jaren in hoog tempo gebeurde.
Dit was niet alleen bewoners, maar ook veel ondernemers een doorn in het oog. Immers, wanneer het aantal ‘gewone’ zaken in een buurt of straat afneemt, zal het winkelpubliek zo’n straat steeds meer mijden.
Met omzetdalingen als gevolg.

Rem erop
In het diepste geheim werd daarom een grootschalige wijziging in het bestemmingsplan voorbereid, die met ingang van 6 oktober 2017 in werking is getreden.
Ondernemingen die zich qua reclame-uiting, presentatie, assortiment en bedrijfsvoering op toeristen en dagjesmensen richten, was het voortaan niet meer toegestaan (dus: verboden) om zich te vestigen in het 1012-gebied en in circa veertig omliggende winkelstraten. Ook kwam er een rem op zaken met een mengformule en op winkels die eten voor directe consumptie verkopen. Denk aan de Nutella- en wafelwinkels.
Inmiddels heeft de gemeenteraad de wijziging van het bestemmingsplan formeel aangenomen.

Souvenir of cadeau?
Toch wordt het straatbeeld nog steeds gedomineerd door toeristenwinkels.
Niet alle winkels worden direct gesloten. ‘Klopt’, zegt Mascha ten Bruggencate, stadsdeelvoorzitter van Amsterdam Centrum. ‘Het is te vroeg om na een jaar al duidelijk effect te zien. Zoiets is niet in een paar maanden geregeld, het is langetermijnwerk.’
Het stadsdeel heeft in het afgelopen jaar zo’n dertig winkels aangeschreven en tweeëntwintig winkels zitten inmiddels in een daadwerkelijk handhavingstraject.
‘Het is ontzettend complex. Neem zo’n badeendjeswinkel. Gaat het over een souvenir- of over een cadeauwinkel? Je moet dat als overheid goed kunnen onderbouwen.’
Winkels zijn niet vergunningplichtig en toetsing aan het bestemmingsplan is nooit vooraf, maar altijd achteraf. Volgens Ten Bruggencate gaat er echter een waarschuwingseffect uit van de handhaving. ‘Ondernemers kiezen voor een ander aanbod.’

‘Betere toerist’
Vanzelfsprekend riep en roept een dergelijk beleid tegenstand op.
Een van de argumenten tegen een verbod op toeristenwinkels is, dat de buurt nu eenmaal door heel veel toeristen wordt bezocht en dat een overvloed aan toeristenwinkels daar het logische gevolg van is: een kwestie van vraag en aanbod.
Hans van Tellingen, directeur van Strabo – een onderzoeksbureau gespecialiseerd in retail – noemt zichzelf een rasliberaal, die weinig van overheidsingrijpen moet hebben. Maar volgens hem is van een eerlijke vrije markt in het 1012-gebied geen sprake.
‘We hebben grootschalig passanten- en bezoekersonderzoek gedaan in het gebied en wat blijkt? De klandizie van veel van die typische toeristenzaken is gering. Te weinig waarschijnlijk om de hoge huur te betalen. Je denkt dan al snel aan witwassen. Nee, uit onze onderzoeken blijkt dat de echte verdiencapaciteit ligt bij kwalitatief goede en klassieke winkels, niet bij wat ik noem de ramsjzaken.’
Een ander argument tegen het overheidsbeleid is dat het bestemmingsplan een prijsopdrijvende werking heeft op de huurprijs.
Ook dit wordt bestreden door Van Tellingen. ‘Gewone klassieke winkels betalen minder hoge huren dan de Nutellawinkels – die immers huren betalen die niet worden gerechtvaardigd door de omzet. Voor alle winkelruimtes die vanaf 6 oktober 2017 worden verhuurd en dus niet op toeristen gericht mogen zijn, zal de huurprijs meer marktconform zijn, dus lager liggen.’

Gewoon sluiten
Maar is het niet zo dat daar waar heel veel toeristen komen, de ‘meuk’ gaat overheersen? Niet alleen in Amsterdam, maar in alle steden en dorpen die door toerisme worden overspoeld? Komen toeristen überhaupt wel om te winkelen?
Volgens Van Tellingen trekken de Wallen nu nog een laagwaardige vorm van toerisme aan, waarin verhoudingsgewijs maar weinig geld omgaat. ‘Men moet inzetten op kwaliteitstoerisme’, zegt Van Tellingen. In een opiniestuk in Het Parool sprak hij zich uit vóór het weren van de prostitutie van de Wallen om de ‘betere’ toerist te trekken.
‘En de gemeente moet echt gaan handhaven op witwassen. Gewoon sluiten, die zaken.’

Wet Bibop
Stadsdeelvoorzitter Ten Bruggencate kan niet bevestigen dat een substantieel deel van de toeristenwinkels in feite witwaszaken zijn. Anders dan horecagelegenheden zijn winkels niet Bibop-plichtig; winkeliers hoeven de herkomst van het geld niet te verantwoorden.
Van Bruggencate vertelt dat er momenteel wordt onderzocht of de Wet Bibop niet ook voor winkeliers moet gaan gelden. ‘Dat is iets waar veel betrokken partijen zoals het Openbaar Ministerie over nadenken. Het lijkt mij in elk geval verstandig om daar goed naar te kijken.’
De vraag is ook hoe zaken die vóór zes oktober 2017 van ‘gewone’ winkels zijn omgezet in toeristenzaken weer terug zijn te winnen zijn voor de lokale klandizie. Het gaat om aanzienlijke getallen: in een tijdsbestek van tien jaar steeg het aantal winkels dat zich op toeristen richt per saldo met 49% in het 1012-gebied, de Nieuwmarktbuurt en de Haarlemmerbuurt.
Yet ten Hoorn van De Goede Zaak Amsterdam ziet dit als een gebrek in het nieuwe bestemmingsplan. ‘De zittende ondernemers krijg je er niet mee weg en het systeem van de indeplaatsstelling (waarbij de exploitatie van de winkel mag worden voortgezet door een nieuwe eigenaar, red.) zorgt ervoor dat wat een toeristenwinkel was, ook een toeristenwinkel kan blijven.’
Ten Bruggencate: ‘Het bestemmingsplan is natuurlijk maar één aspect van een groter geheel van maatregelen. Maar we moeten hiermee door blijven gaan en ons niet van de wijs laten brengen.’

Geen reactie

Laat een bericht achter

E-mailadressen worden niet gepubliceerd.

VOLG ONS OP