Alarmerende berichten uit een wetteloze jungle

De gemeentelijke ombudsman, Arre Zuurmond, heeft vier en een halve maand in het Wallengebied gewoond. Dat deed hij in het kader van zijn onderzoek naar de leefsituatie in onze buurt. Om geen informatie uit de tweede hand te moeten gebruiken besloot hij de directe beleving van het wel en wee van bewoners en ondernemers hier aan den lijve mee te maken.

Eerder deed Zuurmond onderzoek in de Leidsepleinbuurt. Om te leren hoe leefbaar de Amsterdamse binnenstad nog is en wat er moet gebeuren om die leefbaarheid te verbeteren, bivakkeerde hij ruim vier maanden op de Wallen. Tijdens die periode sprak hij persoonlijk met meer dan 150 mensen en maakte hij vele rondgangen door de buurt, om met eigen ogen te zien en met eigen oren te horen hoe het er aan toegaat. Ook organiseerde hij gesprekken met bewoners en ondernemers over knellende onderwerpen.

Na zijn eerste weken sloeg de ombudsman alarm via de pers. Geschrokken van zijn eerste ervaringen meldde hij dat hij de situatie op de Wallen in de nachtelijke uren ervoer als een wetteloze jungle, waarin de overheid onmachtig was om op te treden. Hoewel burgemeester Halsema zijn woorden sindsdien ‘buiten proportie’ noemde en zei ‘dat hij misschien eens in Somalië moet gaan kijken’, vonden zijn woorden wel herkenning en erkenning bij bewoners en ondernemers van de buurt. Zij vonden het verfrissend dat er eindelijk een overheidsdienaar is die durfde te zeggen wat iedereen hier al zo lang dag in, dag uit aan den lijve had ervaren. 

De ombudsman heeft van zijn periode in de buurt regelmatig verslag gedaan op Twitter. Zijn tweets geven een goed beeld van zijn bezigheden en ervaringen. Omdat velen niet actief zullen zijn op Twitter, geven wij een aantal van zijn tweets weer. De tweets, de aandacht in de pers en de aanstaande rapportage van Zuurmond in januari geven hoop op erkenning van de problemen in de Amsterdamse Wallenbuurt.

Lawaai
14 juli. Sinds 24 uur ‘woon’ ik drie tot vier dagen per week op de wallen. Prachtig huisje, tijdelijk kunnen huren. Wel veel achterstallig onderhoud. Met paar tweedehands spulletjes, en wat aanschaffen van Waterlooplein richt ik het sober in. De drukte en herrie is heftig. Constant geschreeuw, getoeter, en een permanente stroom aan voorbijgangers. 60-70 dB, met pieken over de tachtig. Stag party’s, muziek producerende mensen, af en toe een sirene, of een motor die veel te veel lawaai maakt. Die laatste heeft er lol in om gaspedaal flink open te trekken, dan maakt zijn motor zoveel lawaai dat alle alarmen van scooters in de buurt afgaan. Ik heb direct goed contact met kroegbaas die ook hotelkamers links (als je me nodig hebt, give me a call) verhuurt. En ook de exploitant rechts is bijzonder aardig. Hij heeft bijna tien appartementen, maar woont zelf buiten de stad.

Evenemententerrein
14 juli. Voordat ik in mijn nieuwe stulpje in bed kruip toch nog even een rondje Warmoesstraat, roze buurt en Zeedijk. Twee agenten gaan achter een man aan die op verdachte manier een steeg ingaat die alleen voor bewoners is. Goed dat ze zo alert zijn. Ik weet het niet zeker, maar in een hoekje zie ik jongens spulletjes aan de man brengen. De jongens gaan een patatzaakje in, kopen veel lekkere spullen en betalen uit buideltjes met geld. Als de eigenaar ziet dat ze hun handelswaar aan het ordenen en tellen zijn, schopt hij ze eruit. Buiten gaan ze ermee door. Allemaal dure spullen hebben ze aan, merkkleding, mooie schoenen, etc. De eigenaar gaat door met opruimen van zijn winkel, en flikkert spullen die bij hem in de winkel op de grond lagen zo de straat op. Opgeruimd staat netjes … Gesloten winkels en restaurants zetten hun vuilnis alvast buiten, dan kunnen de meeuwen en de ratten alvast wat eten, voordat het morgenochtend wordt opgehaald. De roze buurt is onwaarschijnlijk druk, twee agenten doen hun best, maar of dat genoeg is? De norm bij een evenement schijnt 1 beveiliger op 250 bezoekers te zijn. Als hier 30.000 feestgangers zijn (is nattevingerschatting mijnerzijds) dan zouden er meer dan 100 beveiligers in dit gebied moeten zijn. Dit is immers toch ook een permanent evenement? Op terugweg is de Zeedijk erg rustig, behalve op de kop. Daar is het onrustig. Daar roept mijn bedje

Allerhande bootjes
15 juli. ‘Teringherrie’, een ander woord heb ik er niet voor … Zaterdag overdag. Ik ben ontzettend vroeg wakker, van geschreeuw. Het moet half zes zijn. Blijf nog wel liggen, maar echt slapen lukt me niet. In de ochtend ga ik nog wat spulletjes halen, het is best moeilijk om vooraf te bedenken wat je nodig hebt. Waterlooplein is vol en druk, Hema ook. Na de lunch lees ik wat, maar word opgeschrikt door – excusez le mot – teringherrie. Het blijkt een bus op Prins Hendrikkade waar een groep mannen die zich hells angels-achtig gedragen een vip-bus gehuurd hebben. De bus heeft ingebouwde boxen, disco-rookwerpers incluis. De mannen drinken bier, dansen en brullen luid. De boxen draaien op maximaal vermogen housemuziek. Mijn geijkte geluidsmeter komt op 101,5 dB. De geluidsmeter raadt me aan niet te lang in deze herrie te blijven. De handhaver staat er schaapachtig bij. Als ik hem vraag wat hij ervan vindt, noemt hij het een ‘pokkeherrie’. ‘Maar ik kan er niks tegen doen, ik ben slechts handhaver.’ Omstanders, allemaal toeristen, vinden het prachtig. Dat ze het fietspad bezetten, en een gevaar zijn voor doorgaand verkeer, niemand let erop. Feestje! Ik volg de mannen naar de overkant, en ontdek een ‘nieuwe economie’. Daar meren allerhande bootjes aan om klanten op te pikken. Drank, versnaperingen, alles wordt aangevoerd, in grote hoeveelheden. Ik zie wel tien tot twintig mensen aan het ‘werk’, al betwijfel ik of ook maar eentje van hen loonbelasting, sociale premies, of omzetbelasting betaalt. De mannen hebben hun sloep gevonden, en ik zie een stapeltje biljetten van eigenaar wisselen. Intussen schreeuwen ze, en draaien harde muziek op het water. Ze zijn niet de enigen, een paar andere boten doen dat ook, en die vinden het ook nog eens leuk tegen elkaar op te bieden. De herrieschoppers verdwijnen in hun boot, om elders lawaai te maken. Ik ga even bijkomen.

Avondje stappen
17 juli. Het is zaterdagavond. De leefwereld en de systeemwereld lijken elkaar niet te ontmoeten. Vanavond eerst twee rondjes over de wallen. Het is zo ongelooflijk druk, dat je er eigenlijk niet kunt lopen. Het zijn vooral toeristen, veel groepjes mannen die avondje stappen hier kennelijk leuk vinden. Veel stelletjes, wat ik niet begrijp, maar af en toe ook ouders met hun kinderen. Wiet wordt ruim gebruikt, Amsterdam noem ik gekscherend weleens Open hasjlucht museum. Veel groepjes nestelen zich op de kades om hun zelfgekochte drank en eten daar te nuttigen. Omdat ze dat tot vroeg in de ochtend doen, is dat de zoveelste ergernis voor buurtbewoners. Het stapelt zich op, er gaat nooit iets af … Vuil slingert overal rond, ik zie ook gedumpte vuilniszakken, een matras en andere rotzooi. Fietsen overal, uiteraard ook op plaatsen waar het officieel niet mag. In een steeg vieren honderd mensen een feestje buiten voor de kroeg, ze zingen, ze joelen en blokkeren het verkeer. Twee motoragenten wurmen zich er door, maar zeggen van het wangedrag niks. De meute opent zich voor hen als de Dode Zee voor Mozes, om na de passage van de agenten zich weer te sluiten en door te gaan alsof er niks gebeurd is. Eindelijk thuis voel ik me uitgeput, het lawaai, de indrukken, de geuren, de beelden, de gezichten, het is te veel om allemaal te verwerken. Ik val snel in slaap, maar schrik zeker twee keer hevig wakker. Het kan verbeelding zijn, maar in mijn lichaam voel ik de adrenalinespuit pompen. Gegil op straat maakt het dierlijke in je wakker. Het kost moeite om weer tot rust te komen.

Lawaai in soorten
25 juli. Als je aan een makelaar vraagt wat de waarde van een pand bepaalt, is het antwoord: ‘locatie, locatie, locatie’. Als je aan de binnenstadsbewoner vraagt ‘waar lig jij nou echt wakker van?’, dan is het antwoord ‘geluid, geluid, geluid’. Dat geluid komt niet alleen de hele tijd bij je binnen, het komt ook op steeds verschillende manieren binnen, waardoor je er niet aan went.
Inmiddels weten we al dat de bootjes herrie maken, en dan vooral de illegale snorders, waarvan er ongeveer 350 zijn, die elk naar schatting van bewoners zo een 250.000 zwart bijverdienen, per jaar. Zij hebben lak aan alle regels, dus betalen ze geen belastinggeld, hebben ze zwartwerkers ‘in dienst’, en zijn het in feite illegale horecatenten. Die zijn natuurlijk het leukst met versterkte muziek, veel zuipen en dan luidkeels zingen, hoewel ik dat te complimenteus vind voor de dierlijke klanken die ze uitstoten. Het lijkt er meer op dat ze hun innerlijke leegte moeten overschreeuwen door de rest van de wereld te laten horen dat ze het zo verschrikkelijk naar hun zin hebben. Schreeuwende toeristen, diep in de nacht, hard optrekkende motoren met uitgevijlde uitlaten, permanente bassen (ik hoor er eentje, terwijl ik dit schrijf; op maandag acht, om half een, het suist in je oor alsof je een hartklopping hebt …). Het geluid komt van alle kanten, op alle momenten.

Meeuw in de soep
25 juli. Een nieuwe bron van geluidsoverlast die ik ontdekte, betreft het gekrijs van meeuwen. Die zijn er in deze buurt in steeds grotere getale, vooral ook omdat de horeca, airbnb’ers, en bewoners zelf, ze trakteren op heerlijke maaltjes. Op de wallen zijn veel take-aways die te grote porties serveren die vier tot zes keer opgewarmd zijn. Als je dronken bent, lijkt het lekker, maar het is eigenlijk niet te vreten. Dus zodra je dat door hebt, gooi je het weg, en samen met het afval van restaurants heb je elke dag een koningsmaal voor meeuwen. Die zijn brutaler dan duiven, bij een buurtbewoner vloog er laatst eentje in zijn erwtensoep.

Groepsgids
27 augustus. Gisterochtend, bij naar buiten gaan, stond er een groep van meer dan 30 toeristen, onder leiding van gids, mijn deur te blokkeren. Op zich voor mij geen probleem, ik wals er wel doorheen, maar ik kon niet zien of dit vergunde gids was. Het aantal was in ieder geval erg hoog.

Wil je coke?
6 september. ‘Hey man!’ Met grote grijns komt een onbekende op me af. Ik krijg een boks. ‘Ga je naar de hoeren?’ ‘Zie ik er zo uit?’ ‘Dat heb ik niet gezegd. Wil je coke?’ ‘Nee dank je, ik kan zonder.’ Weg is ie weer, mij achterlatend bij modern Amsterdams stilleven.

Vrouwenexploitatie
27 september. Hoe moeilijk het ook is, Amsterdam zal moeten nadenken over de prostitutie. Het is empirisch, juridisch, ethisch en politiek een mijnenveld, waar we elkaar de rust tot praten, nadenken en luisteren nauwelijks gunnen. Ik heb middelen noch bevoegdheden, maar we moeten toch praten.
Eerste verkenning prostitutie.
Voor mij als man, als mens is het prostitutievraagstuk op de wallen bijna onmogelijk om te onderzoeken en te bespreken. Niet alleen moet ik er zonder moreel vooroordeel naar kijken, maar ook moet ik tegen evenzovele morele en ideologische vooroordelen opboksen. En wat het nog moeilijker maakt: de vrouwen zelf krijg ik, ook al probeer ik dat al langere tijd, niet te spreken. En bovendien, als ik ze zou spreken, hoe vrij zijn ze dan om te praten? En hoe representatief zijn zij die wel praten? Tot nu toe heb ik enkele mensen gesproken, waarvan ik zeker weet dat zij de vrouwen en hun werk van dichtbij meemaken. Van hen heb ik het volgende gehoord. lk deel het met iedereen, omdat we met zijn allen toch het gesprek hierover aan moeten, ondanks alle onmogelijkheden die dat gesprek kent. Erover zwijgen is immers ook geen optie.
Veel spelers in de prostitutie zorgen voor een keten aan zwart geld/overlast/criminaliteit. De eigenaren/verhuurders van de kamertjes vragen hoge huurprijzen. Snorders die hen halen en brengen, de vrouwen die hun eten verzorgen, boekhouders en beheerders, allen vragen hoge bedragen van de vrouwen en worden vaak zwart betaald. De vrouwen zelf staan niet ingeschreven in de BRP, ze hebben geen officieel woonadres, maar alleen een KvK-bedrijfsadres in Nederland. Zij huren (slaap)kamers, vaak met meerderen tegelijk, voor exorbitante bedragen.
Oude en kleine pandjesbazen zijn gestopt vanwege ingewikkelde regelgeving. Grote spelers hebben daarvan geprofiteerd. Deze partijen hebben hele goede advocaten. Het heeft veel weg van de gedwongen winkelnering, zoals dat vroeger in de veenkoloniën speelde. De prostitutiebazen exploiteren vaak ook horeca, airbnb en souvenirshops. Ze hebben daarmee de hele keten in handen, waardoor er veel zwart geld in kan omgaan en overlast door toerisme door hen over de hele keten wordt gecreëerd. Omzetbelasting binnen de prostitutie wordt veelal niet meer opgegeven vanwege het feit dat de Rijksbelastingdienst niet int, omdat deze ‘doelgroep’ niet tot prioriteiten hoort. Degenen die dat wel doen, geven foutieve gegevens op, doordat de exploitanten onvolledige informatie verschaffen. Uiteindelijk zal daardoor niemand meer opgeven.
Schulden hebben de vrouwen op papier, maar in werkelijkheid houden ze voldoende over om naar familie over te maken. Heel veel partijen profiteren van de vrouwen. Veel contant geld gaat via Brussel en Spanje naar familie in Zuid-Amerika. Brussel tickets zijn goedkoper en er is minder controle. Met name Roemeense en Bulgaarse vrouwen ervaren regelrechte dwang, bij meeste anderen is het vooral drang, van familie of vanwege financiële problemen. De seks die ze bieden is anders dan vroeger. Nu vooral voor de verkeerde toerist, de seks is ook mensonwaardiger, omdat mannen doorgesnoven of dronken zijn, vaker met meer tegelijkertijd gaan en in niets meer lijken op de Amsterdamse mannen die vroeger seks kwamen halen.

Afvaldumpers
5 november. De laatste weken is het aanmerkelijk schoner. De groene bakken werken, en de mannen van de reiniging verdienen enorme waardering. Vanavond ze een tijdje gadegeslagen. Wat werken die mannen hard. Nu nog afvaldumpers aanpakken!

Geen reactie

Laat een bericht achter

E-mailadressen worden niet gepubliceerd.

VOLG ONS OP