De luiken zouden opengaan, maar de deuren blijven dicht

Oude Kerk

Langzaam maar zeker schrijdt het voort – het proces waarbij de Oude Kerk door haar eigen Stichtingsbestuur wordt onttrokken aan het openbaar domein, wordt afgenomen van buurt en kerkgemeente en wordt omgekat tot kunsthal.

Stap voor stap wordt alles wat herinnert aan het religieuze karakter van het gebouw weggehaald, ontmanteld en gebruskeerd.
Een van die stappen is al juridisch aangevochten: het besluit om een raam in de Heilig Grafkapel roodgekleurd glas te geven. Door de Stichting Oude Kerk was dit bekokstoofd zonder dat de gemeente, de buurt, de protestantse kerkgemeente of wie dan ook hierin was gekend.
Zonder vergunning heeft het bestuur ook de boor gezet in het monumentale zuiderportaal van de kerk. Nodig om keilbouten te kunnen aanbrengen voor het ophangen van vlaggen. Die vervolgens het gezicht benamen op een van de pronkstukken van de kerk: het fries met de wapenschilden van Maximiliaan van Oostenrijk en Filips de Schone. Na protesten zijn de vlaggen in opdracht van het stadsdeel weggehaald en de keilbouten afgezaagd.

Depot
Een andere stap was het verwijderen van het borstbeeld van Jan Pietersz. Sweelinck, de beroemde componist die als organist van de Oude Kerk mocht aanblijven, ook nadat Amsterdam in 1578 protestants was geworden. Maar de overgang van kerk naar kunsthal heeft hij niet overleefd: hij is verbannen naar het ‘depot’.
Dit borstbeeld is een geschenk geweest van de Stichting Vrienden van de Oude Kerk. Hebben die dan niet geprotesteerd? Nee, want de Vrienden bestaan niet meer als onafhankelijke organisatie. Ook deze herinnering aan het verleden is door de Stichting Oude Kerk opgedoekt.
‘Een borstbeeld op zijn graf. Wat is nou heerlijker?’ verzucht Yellie Alkema. ‘De Sweelinck Cantorij begon daar altijd haar optredens. Het bestuur heeft geen enkel gevoel voor traditie. En het is een klap in het gezicht van de Vrienden.’ Alkema is bestuurslid van de VVAB, de Vereniging Vrienden van de Amsterdamse Binnenstad, die zich tegen de ontkerkelijking en aantasting van het gebouw verzet.
Alkema is ook lid van de PKN-gemeente, die nog steeds iedere zondag kerkt in dit oudste monument van de stad. Namens die gemeente heeft zij ook zitting gehad in de Raad van Toezicht van de Stichting Oude Kerk, om die na een halfjaar alweer te verlaten. Gefrustreerd, doordat de religieuze gebruikers van het gebouw steeds verder in de hoek worden gedreven.

Open deur
‘We hadden een open-deurbeleid’, zegt Alkema. ‘Een kerk hoort open te zijn. Dus iedereen mocht binnenkomen tijdens de dienst.’
‘Maar ruim een jaar geleden eiste directeur Grandjean dat we twee mensen van de Stichting inhuurden, om te controleren hoeveel toeristen er tijdens de dienst binnenkwamen. Want dat waren bezoekers van haar museum, dus potentiële klanten. Die moesten geteld en dat moest gecompenseerd worden, omdat ze anders ‘s middags tegen betaling hadden kunnen komen.’
Want wie geen museumkaart of andere kortingskaart kan laten zien, moet tegenwoordig voor een bezoek aan de kerk twaalf euro neertellen.
‘Het inhuren van die controleurs heeft ons iedere zondag een paar honderd euro gekost’, zegt Alkema. ‘Dat viel voor onze gemeente niet vol te houden. Begin dit jaar zijn we ermee opgehouden. Sindsdien is de toreningang gesloten, de traditionele ingang voor de kerkgangers, en moet iedereen door de museumingang. Zo kunnen we dan zelf tijdens de dienst in de gaten houden of er ook toeristen en bezoekers naar binnen willen. En die moeten we dan de toegang weigeren.’

Kratten
Ook op allerlei andere manieren wordt de kerkgangers de voet dwars gezet, vertelt Alkema. ‘In een kerk hoor je meteen binnen te komen. Maar nu loop je bij die museumingang tegen een wand op. Ook wij, op zondagochtend. Je moet dan omlopen door een soort gang, over een van de oudste grafzerken, ook met rollators.’
Naast de toreningang stond altijd een mooie boekenkast waarin de gemeenteleden hun liedboeken bewaarden. Mocht ook niet meer van het nieuwe bewind, die kast moest weg. ‘Nu moeten we onze boeken opslaan in het pandje op nummer 13, dat de kerkgemeente huurt van de Stichting. Elke zondag moeten we een uur eerder komen om die boeken in kratten naar de kerk te sjouwen.’
Als er, wat vaak het geval is, een tentoonstelling is mogen ook de stoelen voor de kerkgangers niet meer voor de kansel blijven staan. Ook die moeten dan worden weggehaald, opgeslagen en de volgende zondag weer teruggezet. Nog meer gesjouw.

Zerken
Maar de meest tekenende uiting van de nieuwe orde in de Oude Kerk is hiermee nog niet genoemd. Dat is de houding van het Stichtingsbestuur na het overlijden, eind januari, van Gerda den Boggende, bewoonster van een van de oude huisjes die tegen het kerkgebouw leunen.
Dat was overigens niet haar enige band met de Oude Kerk. Gerda wás de Oude Kerk. Bijna dertig jaar lang was ze er secretaresse en vrijwilliger. En gedurende de helft van die periode wijdde ze zich met enorme inzet aan het onderzoeken van de graven onder de unieke zerkenvloer van de kerk. ‘Moeder der graven’ werd ze in Het Parool genoemd. Onvermoeibaar speurde ze in archieven naar gegevens omtrent de graven die ze wilde identificeren. Meer dan zesduizend namen wist zij samen met projectcoördinator Mirjam Jalving thuis te brengen. Vanaf 2014 bracht ze al die gegevens onder in een online database, gravenopinternet.nl.
Gerda was de opvolgster van de legendarische juffrouw Bijtelaar, die haar hele leven wijdde aan het archiveren en identificeren van de zerken en graven, en die de laatste jaren van haar leven ook een huisje aan de kerk bewoonde. Zij is vereeuwigd in een van de misericordes in de koorbanken van het hoogkoor van de kerk. Na haar overlijden in 1978 vond haar uitvaartdienst plaats in haar geliefde kerkgebouw.
Gerda den Boggende werd deze laatste eer ontzegd. Nee was de reactie van de Stichting, toen haar familie daarom verzocht. Opbaren en afscheid nemen doen we niet meer in museum de Oude Kerk.

Geen reactie

U kunt geen reactie achterlaten

VOLG ONS OP