Waar de stad en de kerk schuren

Oude Kerk

Als ’s zondags om half elf de deuren van de Oude Kerk openzwaaien, staat daar vaak een gids in het Engels uit te leggen dat de kerk tegenwoordig een museum is. Hij heeft gelijk, maar in dat museum zijn elke zondag twee kerkdiensten: een kerkdienst ’s morgens om elf uur en ’s avonds een vesperdienst.

Buurtbewoners en toeristen die binnenwaaien, raken verzeild in een bijzonder deel van het leven in de Amsterdamse binnenstad. Het gebouw, dat dankzij de lange en geduldige restauratie even hoog en ruim en licht is als het in de zeventiende eeuw ook was, komt tot leven.
Het kerkkoor, de Sweelinckcantorij, zingt muziek uit de Middeleeuwen, maar ook uit de nieuwe tijd en zelfs muziek die gisteren is geschreven.
De gemeente zingt opgewekt, uptempo en vrij zuiver psalmen en gezangen. De organist haalt uit het net gerestaureerde Vater-Müllerorgel wat erin zit: prachtige muziek.
In de preek gaat het over verhalen van lang voor de bouw van deze kerk, zoals het verhaal over de kleine David die de reus Goliath versloeg. En tegelijk over vandaag: onder welke snoevende machthebbers zuchten we vandaag, en waar zien we de zachte krachten die hen zullen treffen?
Een vriend die dit ooit meemaakte, zei: ‘Ik ben absoluut niet gelovig, maar ik vind het mooi en ik hoor hier verstandige dingen.’

Levert dat geen spanningen op, zo’n kerkelijke gemeente die zingt in een museum?
Natuurlijk. De koffie moet op zondag om één uur zijn opgeruimd, want dan gaat het museum open. Veel goede gesprekken moeten om die reden buiten worden voortgezet. Die spanningen tussen de kerkelijke gemeente en de eigenaar van het gebouw zijn niet van vandaag of gisteren. In de zeventiende eeuw nam de gemeente Amsterdam het eigendom van het gebouw over van de katholieke kerk. De protestantse gemeente mocht er kerkdiensten houden. De protestanten schilderden de muren wit en wilden tijdens de diensten geen orgelmuziek horen.
Dat verbod op orgelmuziek vond de gemeente Amsterdam onzin. Tot grote ergernis van de protestanten benoemde de gemeente Amsterdam de organist, Jan Pieterszoon Sweelinck tot stadsorganist. Direct na de kerkdienst mocht hij het orgel bespelen, en ook een paar avonden per week. Sweelinck zou uitgroeien tot de beste organist van Europa. Als hij speelde, stonden de mensen soms tot buiten aan toe te luisteren.
Zonder Sweelinck zouden de kerkdiensten in de Oude Kerk er vandaag misschien niet zijn geweest.
Als de Sweelinckcantorij, ooit het kerkkoor van de Nieuwezijds Kapel, niet naar de Oude Kerk zou zijn verhuisd, zou ook het kleine clubje kerkgangers dat in de jaren zeventig tijdens de restauratie van de kerk dapper tussen de steigers diensten vierde, zijn weggekwijnd. Nog altijd wordt de kerkgemeente geïnspireerd door de prachtige liederen die Jan Sweelinck schreef, en die er nog regelmatig klinken.

Ook vandaag nog wordt de kerkelijke gemeente uitgedaagd door kunst. Moderne kunst. Vanaf 21 november heeft het museum Oude Kerk een expositie aangekondigd van de Argentijnse kunstenaar Adrián Villar Rojas, volgens Wikipedia ‘een Argentijnse beeldhouwer die bekendstaat om zijn uitgebreide, fantastische werken die ideeën over het Antropoceen en het einde van de wereld onderzoeken.’
Het museum Oude Kerk geeft de kerkelijke gemeente de ruimte om zijn wekelijkse diensten te houden, maar de kerkgemeente kan niet om deze kunst heen. En dat wil ze ook niet, in de diensten gaan we het gesprek met de ideeën achter deze kunst aan.
De kerkelijke gemeente laat zich door deze kunst ook niet afleiden van waar het haar om gaat. Zij houdt de lofzang gaande, en bidt voor de stad Amsterdam: haar heldhaftigheid, vastberadenheid en barmhartigheid.
Wie het eens mee wil maken, is welkom.

Geen reactie

U kunt geen reactie achterlaten

VOLG ONS OP