Apotheek W.H. van der Meulen

Sinds 1696, staat er met krulletters op de ruit van apotheek W.H. van der Meulen. Dit prachtige hoekpand aan de Geldersekade, met zijn houten balie, was tientallen jaren lang de werkplek van apotheker Henny Rasker en apothekersassistente Annet Bark. In een dubbelinterview blikken zij terug.

Henny Rasker-Prins; apotheker in ruste

Henny Rasker begint in januari 1967 haar werk als apotheker op de Geldersekade; daarvoor heeft ze gewerkt in de Jordaan. Op haar nieuwe werkplek treft ze dezelfde dorpse sfeer aan, zij het dat de mensen van de Zeedijk en omstreken toch een ‘ietsje assertiever’ zijn.
Hier vind je dan nog veel oude penoze, allerhande buurttypes, oudere buurtgenoten. Rasker: ‘Die zie je ook het meest, want die scoren veelal hoog
in medicatiegebruik.’
En kleurrijke klanten – zoals mevrouw A. die, als er betaald moet worden, de aanwezige heren verzoekt zich even om te draaien. De portemonnee bevindt zich in de step-in.

Rond 1970 verandert de sfeer. De flowerpowerbeweging loopt op z’n eind. Er blijft een restgroep achter, die in de binnenstad belandt. Ze wonen deels in kraakpanden en houden zich bezig met wat Rasker subtiel omschrijft als ‘de chemische recreatie’. Daar heb je spuiten voor nodig.
De verkoop daarvan wordt aanvankelijk geweigerd; de apotheek kan er niets mee. Het betreft een lastige en ongrijpbare groep mensen.
Als omstreeks 1971 de heroïne Amsterdam bereikt, barst de ellende in volle hevigheid los. De reden om dan toch schone spuiten met naald te gaan verkopen, is de forse uitbraak van besmettelijke ziekten, vooral veroorzaakt door oude roestige spuiten van het Waterlooplein.
En de enorme vraag naar pipetflesjes. Rasker: ‘Daarmee kun je vloeibare heroïne opzuigen. Je maakt een sneetje in de ader, vervolgens druppel je daar de inhoud in.’
Dokter Jan Groothuyse van het Oudekerksplein is een sterk voorstander van de verkoop van schone spullen. En zo komen de verslaafden niet alleen in groten getale de apotheek binnen, maar verblijven ze ook buiten op de stoep. ‘Geen pretje’, vertelt Rasker. ‘Niet voor de eigenlijke clientèle en niet voor de dames van de apotheek.’
Het zien aftakelen van zoveel voornamelijk jonge mensen heeft behoorlijk veel impact.

‘En ik heb een beginnersfout gemaakt’, zegt Rasker. ‘Ik verzuimde erbij te zeggen waar de gebruikte spullen naartoe moesten. Daardoor vind je die dan soms in de zandbak.’
De apotheek stopt pas met de verkoop als de methadonverstrekking op gang komt. De methadonbus wordt geïntroduceerd, er komt meer ambulante zorg en Stichting de Regenboog neemt de spuitverkoop over.
Als het personeel vanaf dat moment vriendelijk doch beslist zegt dat er geen spuiten meer verkocht worden, volgt er soms een woedend: ‘Die blonde rotkop van jou gaat er vandaag nog af!’ Maar bij zinnen gekomen brengt de verslaafde later op de dag een bosje tulpen.
Er komen ook steeds meer hivpatiënten in de apotheek. Mede door het sociale beleid: er is zomaar even koffie, bezorgen kan altijd, er is tijd om schema’s uit te leggen en een goede voorlichting. Dat verloopt goed, en er is prima overleg tussen huisartsen en apotheek.
‘Maar dat dorpse karakter is nu totaal verdwenen’, vindt Rasker. De oude klassieke penoze is er niet meer: Haring Arie met zijn vrouw blonde Mien, en Parijse Leen aan wie nu met nostalgie wordt teruggedacht.
‘Het is zoveel harder geworden. De huizenprijzen zijn gigantisch gestegen. Daar waar vroeger een moeder met zeven dochters op de Geldersekade woonde, alle kinderen binnen handbereik, zijn ze nu weggetrokken. De huur is niet meer op te brengen. Het grootkapitaal met al dan niet legale aankopen is daar debet aan. De macht van het geld regeert.’

Nu is Henny Rasker 80 jaar. Ze woont met haar echtgenoot aan de rand van het gebied waar ze van is gaan houden op de Korte Prinsengracht.
Aan haar pionieren met de drugshulpverlening heeft ze nog een mooie boodschap voor de buurt overgehouden: ‘Als er zich een groot, nieuw probleem op de stoep voordoet – zorg dan dat je goed weet waar het over gaat, zoek medestanders en los het zelf op.’

Annet Bark; 40 jaar apothekersassistente

Als Annet Bark zo vanuit de polder de Geldersekade op komt wandelen, richting apotheek W.H. van der Meulen, is ze zeventien jaar. Vanuit school is haar daar een stageplek toebedeeld.

Het lijkt haar wel wat, die grote stad met zijn winkeltjes langs de kade.
|Maar als Bark beter kijkt, ziet ze dat er allemaal hoertjes achter de ramen zitten. ‘Ik schrok me dood. Ik wist niet waar ik kijken moest. Ik dacht alleen maar: O, als mijn moeder dat wist!
Eén ding weet ze zeker: apothekersassistente worden wil ze niet. Het beroep ziet er leuk uit, in de brochure, en met mensen omgaan vindt ze leuk. Maar dat er scheikunde aan te pas komt!
‘Nee dank u!’
Toch heeft Bark onlangs haar veertigjarig jubileum bij de apotheek gevierd.

De tijden zijn wel veranderd. Vroeger keurige handgeschreven etiketjes, tegenwoordig verregaande medicatiebewaking. Zelf eigen medicijnen bereiden behoort tot het verleden. Hiervoor gelden hele strenge eisen.
Bark kán het nog wel: pillen draaien van gelijke grootte, zetpillen gieten, drankjes mengen, crèmes en zalfjes maken. Genietend herinnert ze zich de zalfjes waarin Solutio Carbonis detergens (teer) verwerkt moest worden. ‘Die geur als van een pas geteerd schuurtje in de zomer. Het ging overal in. En het hielp altijd!’

Tegenwoordig is ze enorm veel tijd kwijt aan administratie. En er zijn steeds meer regels. De verzekeraars zitten dicht op je huid. ‘Vergeet de clientèle niet’, zegt Bark, ‘die is ook echt veranderd.’ De buurt is veertig jaar ouder geworden. Autochtone Zeedijkers zijn er niet meer – die zijn overleden of hebben de buurt vaarwel gezegd. Daarvoor in de plaats zijn er veel alleenstaanden, studenten en toeristen gekomen.
Ook nogal wat jonge gezinnen. Mondige ouders die binnenkomen met het internet op hun smartphone op scherp. ‘Dan is het van: vlug-vlug. En de remedie voor de kwaal is volgens de internetsites eigenlijk toch anders dan wat de arts voorschrijft.’
Maar nog altijd staat Bark met plezier achter de balie van die unieke, meer dan drie eeuwen oude apotheek.

Ze vertelt over de allernieuwste wijze van afgifte van de medicijnen. Een soort FEBO-achtige formule, waarbij de cliënt per sms een code krijgt. Dan ga je naar het loket, je tikt de code in, je opent het luikje en: ‘ziedaar je pillen!’
Maar ja, dan krijg je geen hulpvaardige assistente te spreken; geen vriendelijke Annet, die vraagt hoe het ermee gaat en of de pillen en zalfjes geholpen hebben. Zolang ze kan, zal ze dát blijven doen.

Geen reactie

U kunt geen reactie achterlaten

VOLG ONS OP