Cold case 2005: Het lijk op de Oude Turfmarkt

Wat bracht hem tot zijn daad? En waarom juist daar? En waarom op dat moment? In zijn huid kruipen kan niet. Wat er zich heeft afgespeeld in de uren voor zijn dood: niemand die het weet. Maar de wanhoop moet groot zijn geweest.
Was hij zó eenzaam dat niemand, maar dan ook helemaal niemand hem miste? Wie was hij eigenlijk?

Vijftien jaar geleden, op zaterdag 9 april 2005, kunt u lezen op www.redlightjazz.com kwam er een bouwvakker de steiger oplopen van de Oude Turfmarkt 129 – en hij ontdekte iets verschrikkelijks.
Het pand, niet ver van rederij Kooij en recht tegenover het oude V&D-gebouw, werd in die tijd in opdracht van de Universiteit van Amsterdam verbouwd.
(Nu is hier de afdeling Bijzondere Collecties gevestigd. Deze ‘omvatten het erfgoed van de Universiteit van Amsterdam. De ruim duizend deelcollecties bestaan uit zeldzame en kostbare boeken, manuscripten, prenten, foto’s en nog meer’, staat er enigszins plechtig op de site van de UvA.) Er was toen kennelijk haast geboden bij de renovatie, want er werd zelfs op zaterdag gewerkt.

Schouwarts
Die negende april om kwart over elf regeerde op de Oude Turfmarkt vooral de schrik, toen daar een man werd ontdekt die in een liftschacht aan een nylonkoord bungelde.
De politie werd er snel bijgehaald. Een van de twee agenten was nog niet eens van de politieschool af. Zij herinnert zich dat de bouwvakker die de man aangetroffen had in shock verkeerde. Zelf liet het haar ook niet onberoerd. Het was de eerste keer dat zij geconfronteerd werd met een persoon die zich had opgehangen.
Er werd nog wel een ambulance bij geroepen, maar al snel was duidelijk dat het slachtoffer niet meer leefde. De medewerkers van de GG&GD concludeerden dat hij zo’n zes tot zeven uur geleden was overleden, wat door de schouwarts werd bevestigd.
Midden in de nacht, het zal nog donker zijn geweest, moet hij het pand zijn binnengegaan. ‘Enige bewaking was niet aanwezig’, aldus de droge constatering van de politie in het proces- verbaal. Niemand die hem de steiger op had zien klimmen.

Rood
Al snel werd duidelijk dat hier geen sprake was van een misdrijf, maar van zelfdoding. De man had zich opgehangen. Hij was tussen de vijfendertig en veertig jaar oud, zo was de schatting, en hij was gemiddeld groot: één meter tachtig. Hij had een grijs jack aan ‘merk Lorenzo’, een blauwe spijkerbroek ‘merk Big Star’, een overhemd ‘merk Rider’, daaronder een blauw T-shirt ‘merk Flipper’, en bruine schoenen.
Zijn gebit verkeerde in niet al te beste staat. Het meest opvallend aan de Turfmarktman bleek echter de kleur van zijn haar: dat was rood. Ook was hij voorzien van een snor en een klein baardje, en ook die waren rood.
Hij moet bewust op dit einde hebben aangestuurd. Hoe is het anders te verklaren dat hij niets in zijn zakken had? Geen identiteitsbewijs, geen geld, geen sleutels, helemaal niks. Ook een afscheidsbrief werd niet op hem gevonden. Er was geen enkel aanknopingspunt.
In de dagen na zijn dood meldde zich niemand bij de politie die hem miste. In elk geval niet bij de politie in Nederland. Had hij hier geen familie, geen vrienden? Kwam hij wellicht uit het buitenland? Hoe lang was hij dan al in Nederland? Duizenden vragen waren er, maar de antwoorden bleven uit.
Uiteindelijk werd hij op 2 juni begraven op de begraafplaats St. Barbara, waar de politie de onbekende doden een waardige rustplaats geeft. Hagar Peeters had een gedicht voor hem gemaakt dat door F. Starik werd voorgelezen:
Hij werd gevonden in een liftschacht
op de Oude Turfmarkt. Daar was hij bezig
in het luchtledige te hangen,
misschien weifelde hij nog
welke kant hij op wou gaan.
Er is voor hem gekozen;
hij ging omlaag.

Interpol
Onze Turfmarktman was sinds 2011, het jaar waarin het Cold Case Team werd opgericht, één van de meer dan honderd ongeïdentificeerden in Amsterdam.
Inmiddels hebben vijfendertig van hen een identiteit gekregen, een eigen geschiedenis, maar onze Turfmarktman (nog) niet. Zijn DNA en vingerafdrukken zijn indertijd doorgegeven aan de internationale databank van Interpol, waarbij 194 landen zijn aangesloten.
Een paar keer is er aandacht aan hem besteed in tv-programma’s als Ter Plaatse en Opsporing Verzocht, maar dat heeft tot op heden niks opgeleverd.
Drie keer is er een tip binnengekomen. Nee, niet uit Schotland of Ierland waar de hoogste percentages roodharigen wonen, maar wel uit Polen. En van een Pool die in Italië woonde. Uiteindelijk bleek dit niet te leiden tot een oplossing van het raadsel.
De politie heeft alles uitgezocht wat er uit te zoeken valt, en nu zit er niks anders op dan wachten. Hoe langer het duurt, hoe kleiner de kans wordt dat de man ooit nog een naam krijgt.

Vragen zijn er nog altijd – heel veel vragen. Was het wel een Pool? Hoe alleen voelde hij zich op die vroege morgen in april? Is hij de steiger pas opgeklommen toen hij zeker wist dat niemand hem zag? Had hij deze plek al eerder uitgekozen of kwam hij er toevallig langs? Waarom maakte hij een einde aan zijn leven op zo’n anonieme plek? Hoe lang was hij dit al van plan? Wat voor leven heeft hij geleid?
En wie was hij, onze Turfmarktman?

Met dank aan Carina van Leeuwen en Nel Schep van het Cold Case Team Amsterdam en hun collega Ilona Klaassen.

WILLEM OOSTERBEEK

Foto: RENÉ LOUMAN

Geen reactie

U kunt geen reactie achterlaten

VOLG ONS OP