Dick Eberhardt: ‘Ik word weggezet als criminele ondernemer’ 

Ondernemer Dick Eberhardt is druk bezig zijn bijna 100-jarig familiebedrijf, met onder meer winkels in de Damstraatjes en een groothandel, overeind te houden. Ook hier heeft de coronacrisis toegeslagen. ‘Ik heb panden moeten verkopen en van de honderd arbeidsplaatsen zijn er dertig verloren gegaan. Zo erg is het.’

Bivakmutsen
Niet alleen het coronavirus sloeg genadeloos toe, maar ook de politie. In Loosdrecht viel op 30 september een politieteam, met bivakmutsen op, zijn groothandel in rokersbenodigdheden binnen. Ze ramden op klaarlichte dag de deur in omdat het een drugspand zou zijn. Daarbij namen ze allerlei spullen in beslag: weegschalen, gadgets om sleutels in te bewaren, vetvrije zakjes en voedingssupplementen. ‘Voor sommige personeelsleden was de inval zó’n traumatische ervaring dat ze nu nog ziek thuis zitten’, vertelt Eberhardt.

Diezelfde dag vond ook een inval plaats in het winkelpand van The Old Man, in de Damstraat. Beide zaken gingen voor onbepaalde tijd op slot. Het politierapport vermeldt dat er drugs geproduceerd en verhandeld zouden worden, maar volgens Eberhardt bevat het rapport voor 99 procent aannames: ‘De enige aanklacht die nu nog overeind staat is U had kunnen weten dat de klanten van uw klanten deze producten zouden kunnen gebruiken voor drugshandel. Ik verkoop die weegschalen en zakjes al veertig jaar! En die voedingssupplementen zitten ook in snoepgoed, daar is niets illegaals aan. Ik verkoop ze aan smartshops die er energieboosters en legale highs van maken. Die markt is al jaren enorm in opkomst.’

Alleen al in de Damstraat verkopen zeven andere zaken dezelfde producten. Die blijven ongemoeid, terwijl men mij in de criminele hoek duwt. Dat doet pijn’, verzucht de ondernemer, ‘en het is zo onnodig. Eerder lichtte men de branche in als producten als onwenselijk werden gezien.’ Na de invallen heeft Eberhardt zijn klanten geschreven dat hij deze producten niet meer verkoopt. Zoiets deed hij al eerder toen er niet-kindveilige aanstekers in zijn assortiment bleken te zitten. ‘Daar kregen we bericht van. We hebben toen een flinke partij van die aanstekers laten vernietigen. Dat had nu toch ook gekund?’

De gevolgen van de invallen reiken ver: ‘Banken gaan niet meer met je mee en onze accountant wil na veertig jaar geen zaken meer met ons doen. Zelfs stagiaires trekken zich terug, omdat er een smet op ons bedrijf zit. Ondanks dat we nergens schuldig aan bevonden zijn, worden we toch veroordeeld. De gemeente heeft me zelfs gevraagd het voorzitterschap van de ondernemersvereniging neer te leggen.’

De Goede Zaak
Met zijn winkels en met de door hem opgerichte stichting De Goede Zaak zet Eberhardt zich al jarenlang in voor een diverser aanbod: ‘De uitholling van de binnensteden met een eentonig aanbod is een wereldwijd probleem. Die kun je alleen weer tot leven wekken met een goede wet- en regelgeving, maar dan moet de gemeente een goed diversiteitsbeleid in een goed vergunningstelsel hebben. Zo kan de binnenstad weer aantrekkelijk worden voor de Amsterdammers en voor de bezoekers. Kom met een blauwdruk voor een divers bestemmingsplan met een beperkt percentage horeca, laat ondernemers met ideeën inschrijven en ga vergunnen op die blauwdruk.’

Over het ontmoedigen van de massa’s low quality-toeristen heeft Eberhardt zo zijn eigen ideeën. Als zevenjarig jongetje liep hij hier al rond: ‘Dit was altijd al een drukke buurt, maar de drukte is vervelend geworden. Stel dat je aan het eind van een steeg een ruif hooi neerzet, dan stormt een kudde koeien daar blind op af. Maar kan diezelfde kudde rondstruinen en aan de verschillende planten knabbelen, dan voelt diezelfde drukte heel anders.’

Hij wijst erop hoe de Rode Loper gevuld is met fastfood- en low quality– aanbieders. ‘Dat is dan de entree van de stad! Zorg dat je zo’n straat heel nauwkeurig bestemt. Eén Starbucks is niet erg, maar een ge-H-en- M-iseerde binnenstad trekt een eenzijdig publiek. Zie de historische binnenstad als een natuurgebied dat je moet beheren en beschermen, zodat vervolgens de populatie ook steeds diverser wordt. De aanpak van de uitholling van de historische stadscentra moet bij de gemeentelijke en landelijke politiek hoog op de agenda.’

Softdrugsbeleid
Eberhardt vindt dat de politiek de schuld van alle toeristenellende afschuift op attracties als de Wallen en de coffeeshops. ‘Maar dat is te makkelijk. Allereerst moet handhaving maar eens gaan acteren op echte problemen, in plaats van makkelijke slachtoffers aanpakken zoals een ondernemer die even iets moet uitladen of een buurtbewoner met een wijntje op de stoep. Daarnaast moet Den Haag de uitholling van stadscentra serieus nemen en met landelijk beleid komen. Pak die goedkope vluchten aan!’

Ketens en bedrijven met geld azen inmiddels op panden en op huurlocaties om uit te breiden. ‘Ik snap dat ze kansen grijpen en geld willen verdienen. Je mag hopen dat er een herschikking van functies plaatsvindt, maar ik zie helaas geen enkele support van de gemeente voor functieverbetering.’ Hij verwijt de Stopera een gebrek aan visie. ‘Om te voorkomen dat we teruggaan naar de tijden van de massale rolkoffertoerist die zich misdraagt zal zowel de landelijke als gemeentepolitiek in actie moeten komen.’

In zowel Noord- als Zuid-Amerika lopen inmiddels veel staten en landen voor op Nederland wat betreft het softdrugsbeleid. Daar brengt een geheel nieuwe economie veel geld in het laatje, ook voor de overheid. Eberhardt: ‘Waarom gebeurt dat hier niet? In dat conservatieve gedoogbeleid uit de jaren zeventig blijven hangen, leidt alleen tot meer ellende. Legaliseer en organiseer de aanvoer en productie.’

Hij vraagt zich af waarom burgemeester Halsema denkt dat het rustiger wordt in de binnenstad als het ingezetenen- criterium wordt ingevoerd. ‘In de Warmoesstraat hebben we gezien dat de overlast dan juist toeneemt op straat. Daarnaast worden softdrugsgebruikers juist rustiger als ze kunnen roken. Het zijn vooral mensen die alcohol drinken die overlast veroorzaken. Daar moet je gewoon strenger op handhaven.’

Honderd jaar?
Volgens Eberhardt loopt de gemeente opnieuw achter de feiten aan: ‘In de jaren negentig ging het al mis, toen de gemeente besloot dat de stad autoluw moest worden en de parkeerkosten fors stegen. Ik ben niet tegen autoluw. Maar men joeg de automobilist weg, terwijl het nog twintig jaar duurde voordat de metro er was en er genoeg park and rides gerealiseerd waren.’

In twee van zijn winkels houdt hij al dertig jaar nauwkeurig de aantallen buitenlandse en Nederlandse bezoekers bij. ‘In die dertig jaar zijn we tweederde van ons Nederlandse publiek kwijtgeraakt. Eerst de wat meer welgestelde, en daarna de rest. We zakten van 15.000 naar 5000 betalende Nederlandse klanten per winkel per jaar.’

‘Alles is te herleiden tot een slechte bereikbaarheid, een uitholling van het winkelaanbod en die vervelend aanvoelende drukte. Die bezoekers ben je kwijt. Ze gaan nu naar grote winkelcentra buiten de stad.’ Hij probeert daarop in te spelen met een nieuwe winkel in de onlangs geopende Mall of the Netherlands in Leidschendam.

In Amsterdam voelt Eberhardt zich weggezet als criminele ondernemer. ‘Dat ontmoedigt me om me nog langer in te zetten voor een diverse binnenstad. Daar heb ik jarenlang tijd en energie in gestoken. En kijk wat me nu gebeurt. In 2024 zou ons bedrijf zijn honderdjarig bestaan vieren. Ik zit echt met de vraag of we dat op deze manier nog gaan halen.’

Het stadsdeel wil niet reageren op de sluiting van de winkel zolang de rechter nog geen uitspraak heeft gedaan.

FOTO: ARCHIEF DICK EBERHARDT

Geen reactie

U kunt geen reactie achterlaten

VOLG ONS OP