Na corona – DE WALLEN TUSSEN HOOP EN VREES

‘De stad gaat weer open’.
Zo luidde de openingskop in een speciale uitgave van het blad Amsterdam, door de gemeente samengesteld in samenwerking met de GGD. Dit zal door veel Wallenbewoners met gemengde gevoelens zijn gelezen. 

Natuurlijk, de stad moet open. Er moeten weer toeristen en bezoekers komen, er moeten opnieuw rondvaartboten door de grachten tuffen, de musea moeten hun deuren openzetten, evenals de theaters en de bioscopen. Winkels, cafés en restaurants – voor zover die nog niet open zijn: alsjeblieft, graag. Wat meer reuring heeft de binnenstad van Amsterdam immers hard en hard nodig.

Maar niet tegen elke prijs.

Weer open
Met de oorverdovende stilte van de lockdown was niemand blij. De grachten en stegen waren, behalve tijdens de stervensdrukke zomermaanden van vorig jaar, een spookbuurt. Er bewoog vrijwel niets meer, op de ratten en de meerkoeten na. Een groot deel van de wijk bleef duister, stomweg omdat hier steeds minder wordt gewoond.
Niemand meer achter de gevel.
Niemand meer op straat.
Dus ja, de stad moet open. En ook de Wallen moeten open.

Maar niemand zal toch terugverlangen naar de periode dat je je boodschappen moest doen voor twaalf uur ’s morgens, omdat je je anders door de mensenmassa’s héén moest wringen. Hoewel dit laatste nog niet het geval is, wordt doorslapen in het weekend voor bewoners alweer een uitdaging – want de feestende schreeuwers zijn terug.

En ’s ochtends moet de stoep weer als vanouds worden ontdaan van de halve chocowafels, en van de (half)lege wokto- go bakken, bierblikjes en drankflessen. Je kunt dit moeilijk een verademing noemen voor een stad die weer opengaat.

Imago
Burgemeester Halsema weet dat het imago van de stad toe is aan verandering. De gemeente start daarom campagnes om een ander publiek te trekken. Amsterdam moet wel een open stad blijven, maar zonder die overmatige drukte en die grenzeloze misdragingen.

Bij buurtbewoners leefde de stille hoop, dat alles na de coronapandemie anders zou worden. Waarschijnlijk blijkt dat straks ijdele hoop. Het zal niet lang duren, of de bezoekersmassa zal weer toestromen en over de Achterburgwal denderen.

Burgemeester Halsema ziet dit ook gebeuren. ‘Wij wonen in het centrum en ik zie nu zelf ook een enorme toename van het aantal buitenlandse nummerborden. Het gaat snel, maar we willen er geen illusies over creëren, we willen niet alles tegenhouden en hebben ook niet de middelen om dat te doen’, zegt ze in Het Parool.

In een brief aan de gemeenteraad schrijft ze: ‘In het Wallengebied kan éénrichtingsverkeer worden ingezet als druktebeperkende maatregel’ en ‘Bezoekers worden op deze manier gedoseerd tot het gebied toegelaten’. Dat klinkt natuurlijk hoopgevend, maar tussen de regels door lees je dat de stad zich weer schrap zet voor de grote drukte.

Onvoldoende middelen
Om de situatie enigszins te beheersen worden bestaande maatregelen aangescherpt en oude maatregelen afgestoft, zoals een verkoopverbod voor alcohol in winkels tijdens het weekend en een verwijderingsbevel voor rondhangende dealers.

Zoals elke bewoner en ondernemer in het Wallengebied weet: je bent er niet met groepjes welwillende hosts en borden op elke brug, die melden dat er op de Wallen geen alcohol mag worden gedronken en dat wildplassen ook een boete oplevert. Zolang de gemeentelijke handhaving niet functioneert, kun je campagnes bedenken en borden ophangen tot je scheelziet, maar de kermis gaat dan gewoon weer open.

Buurtgenoten putten hoop uit een stadsbestuur dat werkt aan een nieuw imago voor de Amsterdamse binnenstad, maar vrezen dat het bij goede bedoelingen blijft als de middelen voor een feitelijke verandering ontoereikend zijn.

Fotobijschrift: Juni 2021 – de Wallen stromen weer vol

TEKST: BERT NAP en WILLEM OOSTERBEEK

Geen reactie

U kunt geen reactie achterlaten

VOLG ONS OP