ONDERNEMEN

Perdu, maar niet verloren

Perdu is poëzie. En experiment. Het staat geschreven op de uithangborden aan de Kloveniersburgwal. Separaat, onder elkaar. In het pand zit een gespecialiseerde poëzieboekhandel. Voor het experiment is er een theater. Niet groot, niet klein, intiem. Verder is er nog kantoorruimte voor onder meer redactie- en uitgeverij-activiteiten.

Perdu begon in 1984 als kleine boekhandel in de Pijp. Schrijver en journalist Chris Keulemans is daar gestart, samen met Agnes van Bruggen. Hun boekhandel heette aanvankelijk ‘De Verloren Tijd’, naar de titel van de romancyclus van Marcel Proust. In het souterrain werden zo nu en dan gasten ontvangen voor een literaire lezing of een boekpresentatie en op die wijze groeide de winkel uit tot een literair centrum. Zoals dat gaat, namen de oprichters op enig moment afscheid. Er werd voor de ‘De Verloren tijd’ een stichting opgericht en de naam werd omgedoopt tot ‘Perdu’. Maar de activiteiten bleven onveranderd: bijzondere literatuur en poëzie. En, niet te vergeten: experiment.

Culturele vetpot
Perdu is geherbergd op het Binnengasthuisterrein, in het voormalig ziekenhuiscomplex.

Stichting Perdu drijft grotendeels op onbetaalde krachten. Ruben Ing is in 2009 begonnen als vrijwilliger in de boekhandel en vervult inmiddels de rol van externe programmeur in loondienst. Steve Scheirsen is sinds 1 april 2022 directeur van de stichting.

Poëzie is al langer dan een eeuw geen mainstream meer, als dat het ooit is geweest. In de boekhandel liggen uitgaven van kleine uitgeverijen, literaire tijdschriften, studies over poëzie, antiquariaat en diverse curiosa. Dat het geen vetpot betekent in financiële zin, heeft een posi- tieve kant. Perdu is uniek, de enige poëzieboekhandel in zijn soort – in ieder geval in Amsterdam en omgeving. Het is een begrip in de internationale poëziekring. Perdu wordt niet alleen geprezen voor het behoud van de hoge kwaliteit van zijn programma’s en internationale blik. De jury van de G.H ’s-Gravesande-prijs loofde Perdu in 2011 nog dat het zich ‘niets gelegen laat liggen aan de waan van de dag’. Een extra uithangbord voor experiment is dus op zijn plaats.

Verdringing
De theaterzaal grenst aan de binnenplaats van het Binnengasthuisterrein. Het is de voormalige keuken van het Binnengasthuis. De muur is nog betegeld. Ruben Ing laat alle kleine sporen zien die nog terug te voeren zijn naar de oude tijden van de distributie van de maaltijden. De zusters sliepen boven de keuken. Met een lach vertelt hij via welke gangen de zusters de strikte thuiskomsttijd omzeilden na een nachtje in de wilde binnenstad. ‘De activiteiten in onze theaterzaal hebben altijd een culturele connotatie, liefst natuurlijk met poëzie. Denk behalve aan onze wekelijkse eigen vrijdagavondprogramma’s, ook aan boekpresentatie, filosofie, muziek en theater.’ Terloops laat hij weten het dus niet voor feesten en partijen te verhuren. Ruben Ing lijkt sowieso wars van enige aandrang tot commerciële capitulatie, hoewel ook Perdu een financieel pittige coronatijd achter de rug heeft. De plaats in de binnenstad maakt dit wel een gewild object, maar juist dat maakt dat hij zijn hart vasthoudt: ‘Hoewel we een prima verhuurder hebben, voel je je niet veilig door de toenemende druk op het vastgoed in de buurt. Kijk naar het Companietheater dat is verkocht voor kantoorruimte. Die culturele invulling krijg je niet meer terug.’ Scheirsen valt hem bij: ‘Ook instellingen die financieel prima draaien worden verdrongen.’ Hij geeft als voorbeeld het Internationaal Danstheater pal aan de overkant van de gracht. ‘Dat draaide prima, ook in financiële zin, maar hun Doelenzaal is enkele jaren geleden toch verkocht en inmiddels verbouwd tot kantoorruimte en appartementen.’

De grootscheepse renovatie van het Binnengasthuisterrein is voor Perdu onwelgevallig. Maar Perdu kan niet wachten op de terugkomst van de studenten als de campus gereed is. ‘Dat is toch een groep die belangrijk is voor Perdu’ weet Ruben Ing, ‘zowel voor het theater als voor de boekhandel.’ Maar goed dat Perdu zich laat niet kisten door de waan van de dag.

TEKST: MIRJAM BOELAARS EN MICHIEL VAN HAELST
FOTO: RENÉ LOUMAN

Meer nieuws