LEEFBAARHEID

Nieuwe natuur langs de kademuur 

Blauwe regen, klimop, braam, kleine lisdodde, ruwe bies en knotwilg. Het is een verzameling flora die je zou verwachten in een moerassig en groen buitengebied. Niet in het hartje van een drukke stad. Toch zijn ze onlangs geïntroduceerd in het Wallengebied. Jorine Noordman en Kees Dekker zien de natuur dag na dag opbloeien.

‘Kijk daar tussen de damwanden, een jagende reiger. Eerst zat hij altijd alleen maar bij de vishandel op een kansje te wachten. Nu gaat hij weer zelf aan de bak’, zegt Jorine Noordman. Ze is specialist in ‘natuurinclusief’ bouwen. ‘We zijn de laatste jaren anders gaan denken over hoe bouwprojecten moeten bijdragen aan het verbeteren van de groene omgeving. De bebouwde omgeving moet veel meer samengaan met stadsnatuur dan voorheen het geval was. Bouwplannen moeten nu voldoen aan nieuwe ecologische criteria. Dat gaat best ver. Je bent er niet met het ophangen van een paar kasten voor slechtvalken. Als je huismussen weer kansen wilt bieden in de stad, moeten er meer dichte groene struiken komen. Daar voelen ze zich veilig. Daar zijn we dan ook naar op zoek. Gierzwaluwen, bijvoorbeeld, hebben veel minder aandacht nodig. Die duiken wel ergens onder een dakpan. Je moet de natuur versterken en kansrijker maken.

Mosselen
Nu er veel bruggen en kademuren aan vervanging toe zijn, biedt de gigantische vernieuwingsoperatie de gemeente Amsterdam kansen om zelf ook natuurinclusief aan de slag te gaan. Stadsecoloog Kees Dekker weet hoe je de natuur zichtbaar en onzichtbaar een handje kunt helpen. Hij wijst op kleine staalkabeltjes die onder de brug over de Oudezijds Achterburgwal aan de massieve steunbalken hangen. Daaronder hangen korven met stenen, legt hij uit. ‘Voor vissen en “macrofauna”. Misschien een ingewikkeld woord, maar daar, tussen de stenen, jagen visjes op kleine beestjes die er zich vestigen. En er hechten zich mosselen op. En die filteren weer het water in de Oudezijds Achterburgwal. Het is een tijdelijke oplossing zolang de steunconstructie onder de brug blijft.’

Donderpadden
‘In de ontwerpen van de nieuw te bouwen kades en bruggen wordt ook ruimte gemaakt voor het onderwaterleven. Ook met steenkorven. Of er worden holtes uitgespaard in de voet van de constructies’, vertelt Noordman. ‘De nieuwe kademuren zullen L-vormige betonnen wanden worden. Die zijn veel minder gevoelig voor onderhoud. De bakstenen die je ziet, kun je dan onder water inrichten voor waterleven. Kleine uitsteeksels of holtes bieden daar onderdak aan de rivierdonderpad. Dat visje gaat niet actief op jacht, maar zit altijd te wachten tot er iets eetbaars langs zijn huis komt zwemmen. Het is dus eigenlijk best wel een beetje een luie donder. Haha, misschien komt hij zo wel aan zijn naam nu ik eraan denk.’ ‘

Het is best een ingewikkelde stad en we moeten met veel rekening houden’, zegt Dekker. ‘De eerste damwanden aan de Geldersekade en de Oudezijds Voorburgwal hebben we bijvoorbeeld helemaal volgestort met zand om de kademuren te stabiliseren. Maar de gracht dient ook als waterbuffer. Daarom hebben we langs de Kloveniersburgwal het water meer ruimte gegeven en dat gaf weer hele andere mogelijkheden.’

Knotwilgen
Langs de wallenkant groeien nu zowel waterplanten als soorten die van drogere voeten houden. Op kopse kanten zijn zogenaamde kleikisten met vlier, krent en andere struiken. In het water groeien kleine lisdodde, ruwe bies en knotwilgen. ‘Als de wilgen groter zijn gaan de wilgentakken naar Artis als verrijking voor de olifanten en de giraffen. Ook dat is dan weer een inclusieve vorm van gebruik van de natuur.’

Even verderop wijst Dekker op floatland: een drijvend eiland met kokosmatten waarop dotterbloemen en gele lis bloeien. ‘Niet alles kan zomaar groeien in het water. Het Amsterdamse grachtenwater is brak en ziltig. Zeewater uit Noordzeekanaal vermengt zich met het zoetwater dat via de Amstel binnenstroomt. Het grachtenwater is steeds schoner geworden. Daarom wordt er niet meer zo vaak ververst als vroeger het geval was. Het stilstaande water leent zich veel meer voor de ontwikkeling van waterleven. Dat wordt niet steeds weer weggespoeld.

Mussen
Op hoge palen zijn huisjes aangebracht. ‘Dat zijn mussentillen’ legt Dekker uit. ‘Mussen zijn koloniebroeders. Het huis is klaar voor ze, maar ik heb er nog geen gebruik van gemaakt zien worden. Misschien komt dat nog. Je moet het een kans geven. Dat geldt overigens voor al het opkomende groen. Dat heeft tijd nodig. Nu is het nog een beetje een kale boel, maar hier en daar begint het al over de rand te groeien. dat is natuurlijk de bedoeling uiteindelijk.’

Zwerfvuil vormt wel een uitdaging. Vanaf de wallenkant waait er van alles tussen de planten. Daarom is er op verschillende plekken gaas op de grachtenhekjes aangebracht. Regelmatig onderhoud moet zwaardere vervuiling tegengaan. Dekker: ‘En we hebben nu een eco-ploeg die regelmatig de beplanting schoonhoudt.’

Wilde eenden
Wie goed kijkt, ziet het in het ondiepe water tussen de verroeste damwanden wemelen van leven. Dekker: ‘Onder de waterlijn hebben we gaten in de damwanden gelaten. Daardoor worden deze plekken paaigronden voor de vissen. Het kleine grut kan hier opgroeien. Als ze tenminste niet worden opgepeuzeld door die reiger. En we hebben kokers geplaatst om planten in te laten groeien, maar die blijken ook heel vaak door broedende vogels te worden gebruikt. Ik was stomverbaasd toen ik daarin een wilde eend zag nestelen. Ja, best een vertrouwde vogel in de grachten, maar nestelen? Dat deden ze hier nooit. Nu tel je zo zeven nesten op een rij. Wilde eend dus, maar vooral meerkoeten.‘

Meerkoeten zijn niet zo kieskeurig als wilde eenden. Ze bouwen hun nest met van alles wat hun snavels kunnen aanslepen. Dat heeft tot gevolg dat in een van de bakken geen beplanting meer te bekennen valt. Alles is verwerkt in het slordige nest tegen de damwand, met als bekroning een teken van het Amsterdamse uitgaansleven, getuige de verpakking van een sixpack Heineken.

Ondanks de moedwillige vernieling door de meerkoet is Noordman heel enthousiast over de tijdelijke natuur. ‘We lopen hier vaak langs met de mensen van het project. En in een app-groepje delen we dan wat we zien. Laatst had een kat zich heerlijk opgerold in een van de kokers. Daar word je dan weer heel vrolijk van.’

Zo krijgt de binnenstad steeds meer tijdelijke natuur. En als ooit alle kademuren weer in oude glorie zijn hersteld, willen we misschien nooit meer af van de groene rijkdom boven en onder water.

Foto: Kees Dekker en Jorine Noordman: ‘Er gebeurt veel boven en onder water’
TEKST EN FOTO: BERT NAP

Meer nieuws