MENSEN

Schieten in de Warmoesstraat

Het monument op de Dam staat in de steigers voor een opknapbeurt. De herinnering aan het tijdperk van de Duitse overheersing wordt zo in stand gehouden. Weinig mensen weten dat het verzet hier letterlijk om de hoek, in Warmoesstraat 155, georganiseerd werd. Bob Hesterman ging op zoek naar de geschiedenis waarin zijn vader en moeder ook een rol speelden.

‘Tijdens de coronaperiode had ik tijd om eindelijk eens mijn archief en dat van mijn ouders door te pluizen’, vertelt Hesterman. ‘Hoewel er thuis vrijwel nooit over werd gesproken, wist ik dat mijn ouders betrokken waren bij het verzet. Door mijn onderzoek ben ik veel te weten gekomen over de verzetsgroep in de Warmoesstraat waar ze lid van waren.’

Dekmantel
In het pand van de firma Van Dijk werden nieuwe en gebruikte grafische machines verkocht. Directeur Verwijs ging in verzet en was medeoprichter van de Commandopost Centrum van de Binnenlandse Strijdkrachten (BS). ‘Zijn bedrijf was een prima dekmantel voor de verzetsactiviteiten. In het magazijn en in de kelders lagen wapens verstopt en er werden schietlessen gegeven. Het was geen gemakkelijke plek. Hoewel de Wallen voor de gewone vermaak zoekende Duitse soldaten tot verboden gebied werden verklaard, was in hotel Krasnapolsky het Wehrmachtsheim gevestigd en waren er ook officieren geïnterneerd in hotel Fleissig, nu hotel Winston.

Een aantal werknemers was op de hoogte. Sommigen werden zelfs speciaal aangenomen voor het verhulde verzetswerk.’

Kistje
Ook de vader van Bob, Ebe Hesterman, werkte er en leidde vanaf 1943 als commandant een groep van acht mensen. Hij noteerde na de oorlog: ‘Regelmatig nam ik een stengun en handgranaat in een verborgen ruimte van een houten kistje achterop mijn fiets mee naar mijn huis in Amsterdam Oost. Daar gaf ik les in het gebruik van de wapens. En na afloop van de training nam ik de wapens weer mee terug’. Ondanks het gevaar voor ontdekking bleef hij er erg bescheiden onder: ‘Nou ja’, sprak hij relativerend, ‘Ik had zelf geen militaire achtergrond, dus goed schieten, laat staan instructie geven, kon ik niet.’

Uit onderzoek leerde Bob Hesterman dat er in de machinehandel een voorraad Israëlische stenguns, Mills handgranaten en munitie heeft gelegen. ‘Maar ook levensmiddelen voor de verzetsmensen die zich daar en elders verborgen hielden. In 1944 sliepen ’s nachts meestal twintig tot dertig leden van het verzet bij de Firma P. Van Dijk. Ze bereidden acties voor en ontvingen instructie in het gebruik van de wapens door oud-militairen.’

Tramrails
‘Ook mijn moeder was op een bescheiden manier betrokken bij verzetsactiviteiten. Ze was administratief medewerkster bij de firma Van Dijk en bracht op de fiets pakketten met Vrij Nederland en Het Parool rond. Na de oorlog vertelde ze hoe dicht ze bij ontdekking was gekomen toen ze met haar fietswiel in de tramrails belandde op de hoek van de Sint Antoniesbreestraat en de Nieuwe Hoogstraat: “De kranten vlogen in het rond. Maar omstanders hielpen mij geweldig. Wat een geluk dat er geen Duitsers in de buurt waren op dat moment. Wat ik mij nog altijd het best herinner, is dat toen ik weer was opgestapt, een man een stuk met mij mee rende en mij nog een flinke laatste duw gaf in de goede richting”.’

Vlucht
Dan, in de namiddag van 18 december 1944, gaat het fout. De commandopost wordt verraden. Directeur Verwijs weet bij zijn arrestatie de, nu nog bestaande, houten deur voor de Duitse Sicherheitsdienst in het slot te smijten. Er volgt een vlucht over de Wallen. Via de achterzijde rent hij door de Gooijersteeg naar de smederij van de gebroeders Rozengarde aan de Oudezijds Voorburgwal 77, pal tegenover de Oude Kerk. Daar kan hij zich schuilhouden, want de gebroeders Rozengarde zitten ook in het verzet. De smidse is ook nu nog te herkennen aan de geveltekst: D’OUDE SMEDERIJ 1875.

Die nacht keren ondanks de risico’s zes mannen, waaronder directeur Verwijs en Ebe Hesterman, terug naar Warmoesstraat 155. Het veiligstellen van de wapenvoorraad is essentieel.

Ebe Hesterman: ‘We hebben de opgeslagen wapenvoorraad door de Gooijersteeg en over de Oudezijds Voorburgwal, van 12 uur middernacht tot 4 uur in de ochtend, naar het pand van de smederij versjouwd. Wij deden dat op blote voeten, in de decemberkou, om geen lawaai te maken.’

Helaas worden verschillende verzetsleden opgepakt en geëxecuteerd.

Na de inval kon de Firma Van Dijk niet meer functioneren. Het pand wordt geplunderd en de Duitsers brengen vernielingen aan. Firma Van Dijk beschrijft in 1946: ‘Na 18 of 19 december 1944 moet de geheele firma Van Dijk onderduiken voor een achtervolgingsactie van de beruchte Sicherheidsdienst’.

Epiloog
Na de plundering van het pand aan de Warmoesstraat 155, ontplooit de Commandopost Centrum na verloop van tijd toch opnieuw activiteiten in de buurt. Nu vanuit het buurpand van drukkerij Ellerman Harms aan de Warmoesstraat 149-151. Daar worden ook weer de wapentrainingen hervat. Maar de risico’s op ontdekking blijven reëel. Ebe Hesterman vertelt: “Eenmaal lijkt onze groep opnieuw te worden ontdekt, als ’s avonds de bel gaat. Wij aarzelen: laten bellen of opendoen? Niet opendoen kan als verdacht overkomen. Opendoen brengt natuurlijk ook risico’s met zich mee. Wij besluiten toch om open te doen. Voor de deur staat een Duitse officier. De spanning is groot; ik stond te trillen op mijn benen. Wat wil de man? Maar het valt mee: de officier vraagt of hij ook visitekaartjes kan laten drukken bij de drukkerij. ‘Zeker’, antwoordden wij, ‘Dat kan. Maar dan moet U morgen tijdens kantooruren terugkomen’. De officier gaat weg. En wij halen opgelucht adem.”

Er volgt een zwarte epiloog. Op 7 mei 1945 raakt de Commandopost Centrum verwikkeld in een schietpartij op de Dam, waar gedesillusioneerde leden van de Duitse Kriegsmarine vanaf de Groote Club op de hoek van de Kalverstraat beginnen te schieten. Er vallen tientallen burgerslachtoffers. Hun namen zijn terug te vinden in de bestrating van de Dam bij de Nieuwendijk.

Stenguns en bier
Na de bevrijding hervat de firma Van Dijk zijn werkzaamheden in Warmoesstraat 155. Nu, in 2022, heeft het gebouw nog steeds zijn oude karakter weten te bewaren. Er is een Barber Shop en aan de voorzijde zijn nu startups gevestigd.

Onlangs bracht Bob Hesterman een bezoek aan Eduard Dirkzwager die tegenwoordig het pand beheert. ‘Daar trof ik nog de schouw aan waar in de oorlog een telefoon in verstopt moet zijn geweest. Een speurtocht naar het toestel bleef helaas vruchteloos.’

Aan de achterkant van de buurpanden tiert het studentenleven. Studentenvereniging A.S.C./A.V.S.V, het Amsterdamse studentencorps, is er op nummer 153 nu een van de grootse afnemers van bier in Amsterdam. Vlakbij de plek waar eerst door stoom aangedreven drukpersen stonden en waar het verzet ’s avonds heimelijk oefende met stenguns en granaten, wordt nu gedanst en gefeest. De geur van olie en inkt is er verdreven door die van bier.

Bob Hesterman is nog lang niet klaar met zijn speurtocht. Hij wil het verhaal van Warmoesstraat 155 zo gedetailleerd mogelijk reconstrueren. ‘Het is de geschiedenis van mijn ouders, maar ook mijn geschiedenis. Die moet je levend houden en kunnen doorgeven aan een volgende generatie, zoals aan mijn dochters Alice en Margo. De oorlog in Oekraïne maakt pijnlijk duidelijk hoe kwetsbaar vrijheid is. Daar doe ik het voor.

Een mooie plaquette op de gevel zou een passend eerbetoon zijn aan de bijzondere geschiedenis van Warmoesstraat 155.’

Heeft u herinneringen of kent u verhalen over de verzetsgroep in de Warmoesstraat? Deel ze dan met Bob Hesterman via bob.hesterman@yahoo.com.

Op de foto: Bob Hesterman en dochters Alice (l.) en Margo (r.) voor Warmoesstraat 155
FOTO: RENÉ LOUMAN

Meer nieuws