ONTWIKKELINGEN

BUURTHISTORIE – Brederode

Op de Nieuwmarkt aan de kop van de Geldersekade staat het bronzen Brederode- monument. Het werd 26 september 1968 onthuld ter gelegenheid van de driehonderdvijftigste sterfdag van de dichter, toneelschrijver en rederijker.

Het beeld van de Spaanse Brabander werd vervaardigd door de beeldhouwer Piet Esser, geboren in 1914 in Baarn en leerling aan de Rijksakademie van beeldende kunsten in Amsterdam.

Later, van 1947 tot 1974, was hij daar hoogleraar. Zijn beelden staan in veel Nederlandse steden. Ook ontwierp hij penningen en munten. In 1938 ontving hij de prestigieuze Prix de Rome.

Esser overleed in 2004.

Brederode werd als Gerbrand Adriaanzoon op 16 maart 1585 geboren op de hoek van de Nes en de Sint Pieterssteeg. De naam Brederode voegde hij later toe aan zijn literaire werk. De lijfspreuk van de geboren Amsterdammer was: ’t kan verkeren.

Hij woonde zijn hele leven de omgeving van de ‘Oudezijde’ bij zijn ouders en bleef ongehuwd tot zijn vroege dood op 23 augustus 1618. Er zijn veel verhalen over zijn losbollig leven, maar veel daarvan werd hem later toegedicht en berust grotendeels niet op waarheid.

In het dagelijks leven was hij vaandrig van de schutterij en belastingambtenaar. Hij begon al jong te schrijven en was lid van de rederijkerskamer De Eglantier, de oudste rederijkerskamer van Amsterdam. De leden kwamen bijeen in de bovenzaal van de kleine vleeshal, de Sint Pietershal, waar ook het Chirurgijnsgilde anatomische lessen gaf. Toen in 1691 het nieuwe Theatrum Anatomicum in de Waag op de Nieuwmarkt gereedkwam, werden daar ook de bijeenkomsten van De Eglantier gehouden.

In de blijspelen van Brederode komen straatfiguren voor van allerlei aard: hoeren, burgers, kunstenaars, slagers, goudsmeden et cetera. Het blijspel Spaanschen Brabander uit 1617, waar het beeld op de Nieuwmarkt naar verwijst, is het verhaal van de uit Antwerpen afkomstige kale oplichter Don Jerolimo Rodrigo. Het schetst levendig het Amsterdamse straatbeeld dat Brederode heel goed observeerde.

Het standbeeld op de Nieuwmarkt verbeeldt de scene waarin Jerolimo in gesprek raakt met Trijn Jans, een dame van lichte zeden. Hij wil haar kussen:

“O joffrouw wildy my een courtesy bewysen, so laet u slave toe, dat hy u eensjens kust.”

Maar ze wijst hem af:

“Nou, Joncker, niet te stout, ay lieve houtje rust”

Ze wil eerst geld zien …

’t kan verkeren.

TEKST: WIM DE JONG VAN POELGEEST
FOTO: STADSARCHIEF AMSTERDAM

Meer nieuws