LEEFBAARHEID

 Stadsdeelvoorzitter Alexander Scholtes – We moeten de binnenstad pand voor pand terugveroveren

Hij werd geboren in Nijmegen, groeide op in Oosterhout bij Breda en verhuisde op zijn twintigste naar Amsterdam. Hij droomde ervan om concertpianist te worden. Hoe kwam het dan dat Alexander Scholtes nu de nieuwe stadsdeelvoorzitter van Amsterdam Centrum is?

Toen hij op de middelbare school zat wilde hij klassiek pianist worden en stond zijn leven in het teken van de muziek. Hij volgde de Jong Talentklas van het Brabants Conservatorium. Scholtes: ‘Mijn moeder heeft vroeger piano gespeeld. Ze komt uit Indonesië. Ik heb ooit nog een oude foto gezien dat ze daar een prijs won. Ze speelde niet meer, maar haar piano stond wel thuis. Zowel mijn zusje als ik zijn toen aan de piano begonnen. Mijn zusje is nog steeds pianiste. En dat gaat hartstikke goed.’

Roots
De interesse voor zijn Indische roots kwam op latere leeftijd. ‘Op de basisschool wilde ik vooral een normaal Nederlands jongetje zijn. Maar ja, we hadden een Marokkaanse jongen, een donkere jongen en ik was dan de halve Aziaat, om het maar zo te noemen. Ik herinner me wel van vroeger de hele familie bij elkaar, de hele tafel vol met Indisch en Indonesisch eten. Ik heb ook geprobeerd op latere leeftijd de taal een beetje te leren, maar dat leer je natuurlijk nooit echt goed.’

De Indische cultuur en geschiedenis waren toch een zeker onderdeel van zijn identiteit. Toen Winnie Sorgdrager het bestuur van het Indisch Herinneringscentrum verliet werd Scholtes er bestuurslid. ‘Dat gebeurde precies in de fase dat ik meer bezig was met die geschiedenis.’

Uitlaatklep
Scholtes is ook betrokken bij de vechtsport: ‘Ik vond vechtsport altijd al fascinerend. Ik kende het van de Bruce Lee films en zo. Maar als pianist kon ik dat niet doen! Dat was veel te blessuregevoelig natuurlijk. Toen ik later een andere weg koos, ben ik er toch aan begonnen. Het is voor mij gewoon een fijne uitlaatklep. Ik doe aan boksen, aan Braziliaans Jiu Jitsu,, dat is een grondgevecht, en ook een beetje kickboksen.’

Ook bij de vechtsport raakte hij bestuurlijk betrokken via de Nederlandse Vechtsport Autoriteit (VA) die probeert de Nederlandse vechtsport naar een hoger niveau te tillen. ‘We kennen allemaal de verhalen van vroeger, van kickboksgala’s waar criminelen komen. De VA is er om de sporters te beschermen, de sector te professionaliseren en overheden te helpen in de omgang met de vechtsport’.

Oud gemeenteraadslid, tegenwoordig Tweede Kamerlid, Peter Kwint (SP) is eveneens bij de VA betrokken. ‘Hij was de enige met wie ik over vechtsport kon praten in de politiek. De rest interesseerde dat niks.’

Grote mond
De pianostudie stopte uiteindelijk. ‘Dat was wel een hele moeilijke beslissing,’ zegt Scholtes, ‘je werkt jarenlang toe naar een carrière als concertpianist. Als pianist is het als met een topsporter. Daar ben je uren per dag mee bezig. Techniek, stukken leren en dan moet je er ook nog kunst, muziek, van maken. En zeker als solopianist is dat behoorlijk eenzaam. En dan is de kans dat je echt doorbreekt best klein.’

Scholtes was al vroeg geïnteresseerd in politiek: ‘Mijn geschiedenisleraar organiseerde op de middelbare school een debat voor scholieren met de gemeenteraadsfracties en toen vond ik het heel leuk om mee te doen aan de discussie. Het debat was daar: Mag er in Oosterhout één coffeeshop komen? Dat vonden de mensen daar al heel heftig. Ik vond jointjes totaal niet interessant, maar ik dacht: Natuurlijk moet die er komen. Ik was toen al voor legalisering van softdrugs. Naar aanleiding van het debat kwam de D66-fractie naar me toe en die zeiden: Nou, je had daar best een grote mond. Kom maar eens met ons meepraten en kijken. En ik ben toen in 1998 al heel jong lid geworden.’

Hulpsinterklaas
Na de pianostudie volgde er een studie politicologie aan de UvA aan de Oudemanhuispoort en het Binnengasthuis. Hij werd, samen met Jan Paternotte, actief bij de Jonge Democraten, werd deelraadslid en fractiemedewerker in Amsterdam. Daarna werkte hij bij de vereniging Hogescholen die toen nog de HBO-raad heette. Paternotte werd partijleider in de Amsterdamse raad en benaderde Scholtes omdat ze een politiek assistent zochten voor Kajsa Ollongren, die wethouder zou worden. Hij accepteerde het aanbod met enige verbazing: ‘Ik had nooit van tevoren bedacht dat je politiek assistent van een wethouder zou worden.’

Ollongren kreeg nogal eens het verwijt dat ze te weinig deed. Scholtes: ‘Ik ben het niet eens met die kritiek. Bijvoorbeeld de hotelstop is in haar periode als wethouder gekomen. En vergeet niet het verbod op nieuwe toeristenwinkels, dat is echt een unicum in Nederland.’ Hoewel het afnemen van de leefbaarheid bij bewoners steeds belangrijker werd, was toerisme in de gemeenteraadsverkiezingen toen nog nauwelijks een issue. Scholtes leerde echter veel over wat er allemaal aan het gebeuren was in de stad met het toenemende toerisme.

‘Natuurlijk zaten ook wij toen te worstelen met: Wat kunnen we hieraan doen? Toen zijn we begonnen met ‘Stad in Balans’. Nu doen we dat met de Aanpak Binnenstad veel integraler dan destijds, met een bestuurlijk team samen met wethouder Sofyan Mbarki en de burgemeester. Er is nu in de gemeenteraad een groot commitment en er is nu ook een burgemeester die er bovenop zit.’

Scholtes is als stadsdeelvoorzitter met het bestuurlijk team heel gemotiveerd op zoek naar in concrete resultaten. ‘We zijn een belangrijke adviseur van het college. Mascha ten Bruggencate zei altijd ‘stadsdeelbestuurders zijn een beetje de hulpsinterklazen van het college van burgemeester en wethouders’.’

Partners
Aanpak Binnenstad leidt tot veel nieuwe regels. Scholtes: ‘We hebben gezien wat er gebeurt als je in de binnenstad niet stuurt en niet reguleert, maar ik denk dat alleen maar regels stellen niet genoeg is. Voor een beter en gevarieerder winkelaanbod en wonen boven winkels moet je op zoek naar partners. We hebben vastgoedpartijen nodig die daarbij helpen. Natuurlijk zijn er NV Zeedijk en Stadsgoed NV, maar ook andere en kleinere eigenaren kunnen daar een rol in spelen. We moeten veel meer samen kijken waar we met de stad naartoe willen. Dat is een positief verhaal. En dan moet je misschien niet altijd voor de hoogste huur gaan.’

Scholtes is zich er zeer bewust van dat de transformatie van het Burgwallengebied niet over een paar jaar gerealiseerd is: ‘We moeten eigenlijk pand voor pand de binnenstad terugveroveren. Iedere zaak waar Amsterdammers wél voor naar de binnenstad komen, is al een stap vooruit.’

De klacht dat het allemaal te langzaam gaat kan Scholtes zich voorstellen: ‘Maar de Aanpak Binnenstad is natuurlijk ook pas twee jaar geleden gestart. En ik denk juist dat er nu meer politiek en maatschappelijk draagvlak is dan ooit om hier in te grijpen.’

Regenbooghoofdstad
Het imago van Amsterdam laat veel te wensen over. Scholtes: ‘Misschien moeten we nog harder zeggen wat je niet meer wil, bijvoorbeeld vrijgezellenfeesten. Maar je moet ook laten zien waar je wél trots op bent: Amsterdam als culturele hoofdstad en ook als regenbooghoofdstad. Ik geloof echt in het vrijzinnige culturele Amsterdam. Dat is dus niet dat platte vermaak, de platte attractie die we nu in ons hoofd hebben.’

De dominantie van alcohol, coffeeshops en ook de prostitutieramen heeft er voor gezorgd dat het nu op de Wallen zo ontzettend druk is met bezoekersgedrag waar mensen letterlijk wakker van liggen. Scholtes: ‘Op de Wallen is verandering het meest urgent. Sekswerk, alcohol en coffeeshops moeten daar minder dominant worden. In de binnenstad zijn er 87 coffeeshops. Ik denk als iemand opnieuw de binnenstad zou mogen ontwerpen, dan zal er niemand 87 coffeeshops intekenen!’

En alle prostitutieramen weg? Scholtes: ‘Laat ik het voorlopig houden op een substantiële vermindering in combinatie met een Erotisch Centrum elders in de stad. Sekswerkers moeten hun werk op een veilige en legale wijze kunnen doen.’

De druk om de binnenstad te transformeren ligt er dus stevig op, weet Scholtes, ‘En als ik aan het eind van deze periode denk dat ik hier te weinig heb bereikt, dan stop ik ermee, want dan is iemand anders vast geschikter.’

TEKST: BERT NAP
FOTO: RENÉ LOUMAN

Meer nieuws